> Slakken op reis

Met camper naar oerbos Bialowieza

Het laatste oerbos van Europa ligt ten zuiden van de stad Bialystok, aan weerszijden van de grens Wit-Rusland en Polen. We rijden zo’n 250 km zuidwaarts naar Bialowieza, pal tegen de Wit-Russische grens. Geen van de 600 bizons die er leven, zien we; wel heel veel verschillende bomen en planten 


De route voert ons van Gizycko via Elk en Bialystok en dat betekent rijden over veelal smalle wegen – vaak met aan weerszijden bomen – door het groene, licht golvende Poolse platteland. Ierland staat bekend om zijn vijftig tinten groen maar dit deel van Polen doet er niet voor onder. Groen zijn de uitgestrekte weiden, groen de bosschages en groen de bomen. 

We komen door piepkleine dorpjes. Regelmatig zien we een Mariabeeld langs de kant van de weg, versierd met bloemen en met veelkleurige linten. Ook ooievaarsnesten horen bij het landschap, waarbij opvalt dat de meeste nesten al leeg zijn. Later horen we dat de trek naar het Zuiden dit jaar al vroeg is begonnen. Volgens de Polen betekent dit dat we een strenge winter krijgen. 



ooievaars op het land

Steenslagpad


Het asfalt is merendeels in prima staat. Aan het laatste deel, weg 685, wordt hard gewerkt en dat betekent dat de weg op veel plaatsen meer dan gehalveerd is en er slechts een smalle strook asfalt en een hobbelig steenslagpad over blijft. We komen echter heelhuids aan in Bialowieza en vinden een plekje op een kleine camping, niet ver van de ingang van het Nationale Park. Dat dit een toeristische attractie is, blijkt wel uit de kraampjes en aan de kamers aanbiedende buurtbewoners. 


Oerbos bij Bialowieza

Duizenden jaren geleden waren grote delen van Europa overdekt met oerbos. Dit stuk in het oosten van Polen (en in het aangrenzende Wit-Rusland) is het enige overgebleven deel van dat oerbos.  Omdat het ver van de bewoonde wereld ligt, is het nooit geëxploiteerd en heeft het eigenlijk vooral gefungeerd als jachtgebied voor tsaren en koningen, die hier een hert of bizon kwamen schieten. Het verkeert  daardoor nog in de oorspronkelijke staat. Er leven in het bos heel veel insecten, vogelsoorten en er komen talloze verschillende paddenstoelen, planten en bomen in voor. 

Het belangrijkste deel van het Nationaal Park mag je alleen met een officiële gids binnen, waarbij er wandelingen en fietstochten mogelijk zijn. Dé attractie vormen de meer dan 650 wisents oftewel bizons, die in het park leven. Iedereen komt om die dieren te zien. Ze laten zich echter nauwelijks zien. De meeste kans zouden we maken met een excursie om half 5 ’s morgens, waarbij we ook nog een auto zouden moeten huren. Dat is ons te gortig. 

Wandeling met gids

De privé wandelingen voor de volgende dag zijn al volgeboekt; we kiezen daarom voor een wandeling met een groep van maximaal 12 mensen om half negen ’s morgens. En dat blijkt geen slechte keus. Aan het einde van de wandeling komen we verschillende privé-groepjes tegen en die wandelen over dezelfde paden als wij, tegen veel hogere kosten. 



Onze wandeling telt 7,5 kilometer en daar doen we onder leiding van een vrouwelijke gids op leeftijd bijna vier uur over. Ze weet vooral veel over de verschillende planten en bomen die hier groeien. Dieren komen we op onze wandeling niet tegen, op een enkele specht na. Het beleid in dit ruim 32.500 ha grote gebied is dat de mens niet ingrijpt. Net als Staatsbosbeheer in Nederland ook doet, laat men in dit Nationale Park de natuur zijn gang gaan. Het betekent dat omgevallen bomen blijven liggen en een voedingsbodem vormen voor andere planten en paddenstoelen, dat insecten er een schuilplaats vinden en dat dieren de schors eten. 


Elfenbankjes op de boomstammen


Alleen als zo’n gesneuvelde woudreis het pad verspert wordt deze in stukken gezaagd maar blijven de delen naast het pad gewoon liggen. Pronkstuk op dit gebied is een in 1974 omgevallen eik, die inmiddels deels is vergaan maar nog wel herkenbaar is. 



Behalve de bizons leven er ook in het wild wolven, lynxen, elanden, herten en bevers. Zoals gezegd, die zien we niet, al herkent onze gids wel hun sporen. Ook wijst ze ons op eiken, essen, olmen, esdoorns, larixen en dennen en sparren. Al met al is het een bijzondere ervaring om in zo’n oud, stil en ongerept bos met enorme bomen rond te lopen. 



Je kunt ook nog zelf op de openbare paden van het bos wandelen of fietsen (tegenover de camping zijn fietsen te huur) maar dat geloven we wel. De rest van de middag brengen we luierend bij de camper door. 


Overnacht: Dag 9 en 10In Bialowieza op Camping Dom Pod Bicianem, campercontact 56323. Kleine en eenvoudige camping. Let op, je rijdt hem zo voorbij maar er staat bord in de tuin met o.a. een tentje. Vanuit de camping ca. 200 meter naar links is het toeristenbureautje voor het Nationaal Park.

Scheepsliften en bunkers

Wat mensenhanden kunnen maken zien we in het noorden van Polen bij de ingenieuze scheepslift in het kanaal van Elblag maar ook bij de enorme bunkers in Hitlers voormalige hoofdkwartier, de Wolfschanze. Daar realiseren we ons ook weer wat mensenhanden kunnen breken. 


We zijn gewaarschuwd voor de slechte staat, waarin de wegen in Polen zouden verkeren maar tot dusverre zijn we op onze camperreis door Polen alleen maar goede wegen tegen gekomen. We hebben ook gezien dat er op veel plaatsen hard aan het wegennet wordt gewerkt. Maar op weg van het kasteel bij Malbork naar het Elblagkanaal via de wegen 515, 527 en 526 moeten we toch een stukje ouderwetse Pools wegdek trotseren.
Stukje Pools wegdek

Met name in weg 527 zit een 10 kilometer lange lappendeken van kuilen, gaten en opgevulde stukjes asfalt. We hobbelen en schudden er voorzichtig overheen. Snel gaat deze route over niet al te brede wegen niet maar het is bij elkaar wel een mooie tocht over en door het uitgestrekte Poolse platteland. 


Scheepslift bij Buczyniec

Ons doel is de scheepslift bij Buczyniec bij het kanaal. Hier kunnen we zien hoe scheepjes (maximaal 25 meter lang en 3.30 m breed) van het ene deel van het kanaal naar het volgende worden getransporteerd. In dit 80 kilometer lange vaarwater van Elblag naar Ostroda moet namelijk over een afstand van 10 kilometer 100 meter hoogteverschil worden overbrugd. Dat gebeurt op vijf plekken met een soort treinwagons, die over rails het water inrijden. De schepen varen er in en wagon-en-scheepje worden via een kabelsysteem over de rails getrokken naar het volgende deel van het kanaal. De wagon rijdt het water in het scheepje vaart er weer uit en kan de reis vervolgen. 




Dit systeem dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw en werkt op waterkracht en zwaartekracht. Als aan de ene kant de wagon met een scheepje omhoog gaat, gaat een soortgelijke wagon met schip aan de andere kant naar beneden. De kabels worden in beweging gezet door waterkracht van een nabij gelegen waterrad.
Vroeger werden door het kanaal agrarische goederen en vee en hout vervoerd naar Elblag. Tegenwoordig wordt deze vaarweg alleen nog voor pleziervaart en toeristenbootjes gebruikt. 
Tip: zet in de navigatie GPS: N 53.98002  E 19.61888. Het plaatsje Buczyniec is anders moeilijk te vinden. Wil je het stukje slechte weg vermijden, rijd dan via Elblag en de S7 en neem afslag Paslek. Toets daarna bovengenoemde coördinaten in. 

 Wolfschanze

Van het kanaal rijden we 150 kilometer oostwaarts naar de Wolfschanze. Dit voormalige hoofdkwartier van Hitler vinden we 10 kilometer ten oosten van Ketrzyn, diep verscholen in een enorm woud. 
Hitler verbleef hier met zijn staf het grootste deel van de tijd tussen juni 1941 en november 1944, vooral om het offensief in het Oosten te kunnen volgen. Maar hier werden ook de plannen gesmeed om de Joden uit te roeien en het commando gegeven om de stad Warchau met de grond gelijk te maken als vergelding voor de opstand die daar was uitgebroken.

Het complex bestond uit een groep bunkers en versterkte gebouwen in een dichtbebost gebied, omringd door prikkeldraad. Hoewel Hitler zich onaantastbaar waande, nam hij kennelijk toch het zekere voor het onzekere om een gevoel van veiligheid te krijgen. De bunkers voor hem en voor kopstukkken als Himmler en Göring hadden zes meter dikke betonnen muren en het dak van Hitlers bunker was maar liefst 8,5 meter dik. Op het hele complex, verspreid in het bos, stonden tientallen barakken en kantoren. Het geheel was zwaar beveiligd maar desalniettemin pleegde op 20 juli 1944 hier een groep officieren onder leiding van kolonel Claus von Stauffenberg een bomaanslag op Hitler. Er vielen enkele doden maar Hitler zelf werd slechts lichtgewond. Vier maanden later, in november 1944, rukte her Rode Leger op en verliet Hitler de Wolfsschanze. In januari 1945 vertrokken de Duitsers in zijn geheel uit het complex en bliezen zij de kantoren en bunkers op. 


Aan de hand van een plattegrond wandelen we en paar uur rond in dit voormalige hoofdkwartier. De restanten van de enorme bunkers staan er nog, deels vernietigd, deels overgroeid met mos en uiteindelijk zal de natuur het wel winnen. De combinatie van de grote bomen, de rust van de ritselende bladeren en de restanten van de enorme bunkers geven het geheel een wat onwerkelijke en vervreemdende sfeer. De natuur is prachtig en machtig en eigenlijk moeilijk te rijmen met de grootheidswaanzin die hier heeft geheerst.
Overnacht   Dag 7: bij de Wolfschanze. Op het parkeerterrein, onder de bomen mag je overnachten. Heerlijk rustig. Er is water en elektriciteit en bij het hotel zijn douches en toiletten. Campercontact 18739. N 54.07945 E 21.49306 

Gizycko 

Op maar 35 kilometer van de Wolfschanze ligt Gizycko, precies tussen twee grote meren in de streek Mazurië, het merengebied in het noordoosten van Polen.  We rijden er in een goed half uur naar toe. Het is door die ligging een populaire plek voor watersporters. 

En wat doe je dan, op een zonnige zondag? Juist, een stukje varen. Het viel hier overigens nog niet mee om het vertrekpunt van de toeristenboten te vinden. Langs het kanaal, dat dwars door het plaatsje loopt en de twee meren met elkaar verbindt, kun je weliswaar wel privé boten huren maar 50 euro voor een uurtje vonden wij toch echt te gortig. Uiteindelijk vonden we het vertrekpunt van de toeristische rondvaartboten in de haven vlakbij de hangbrug/annex uitkijksteiger. Hier vertrekken boten voor langere of kortere tochten, als er tenminste animo genoeg is. Dat was nu geen probleem, zodat wij gemakkelijk mee konden op een tochtje van anderhalf uur. De rest van de middag zitten we op een terrasje en wandelen we met de vele Poolse toeristen rond. 


Brug

De aloude smoes ‘de brug stond open’ kun je hier overigens heel vaak gebruiken. Midden in het dorp ligt een zwenkbrug, die in het seizoen wel meer dan tien keer per dag op vaste tijden draait en dan soms wel meer dan een uur open staat voor de doorvaart van jachtjes en wat grotere schepen. Auto’s moeten dan omrijden. Voetgangers kunnen twee andere, hogere, bruggen gebruiken. 
De brug staat open
Overnacht: Dag 8 
Camping C-1 Zamek in Gizycko. Leuke camperplaats, op gras, midden in het centrum, vlakbij klein plezierhaventje. Campercontact 14851. De camping ligt net voor de draaibrug als je uit de richting Ketzryn of Magrowo komt. Kom je van de andere kant, dan ligt de camping dus net na de brug maar dan moet je in het stadje omrijden. Je mag met een camper (tenzij dat die lager is dan 2.50 meter) NIET over de brug! 

Met de camper in Gdansk en Malbork

De souvenirwinkels in de stad verkopen koelkastmagneten die sprekend lijken op Amsterdamse grachtenhuizen. We zijn echter niet in de Nederlandse hoofdstad maar in het Poolse Gdansk, waar in de Gouden eeuw ook kooplieden zich uitleefden in de bouw van hoge panden met vaak trapgevels en klokgevels. Die fraaie huizen rijgen zich in het oude centrum aaneen tot een kleurrijk lint. 


Onze camper staat drie nachten op de camperplaats bij de camper in de wijk Stogi in Gdansk en wij brengen twee dagen door in deze stad en de aangrenzende badplaats Sopot. 

Het historische centrum van Gdansk ziet er letterlijk uit als een plaatje, bijna té mooi om waar te zijn. Toch zijn het stratenplan en de huizen origineel, al dateert de huidige verschijningsvorm van de jaren vijftig van de vorige eeuw. De stad Gdansk, waar letterlijk op 1 september 1939 de Tweede Wereldoorlog begon, heeft zwaar te lijden gehad van gevechten en de bezetting van nazi-Duitsland. De genadeklap kwam in 1945 toen het Rode Leger de stad innam en door branden de panden enorm werden beschadigd. Foto’s laten zien dat veelal alleen de gevels nog overeind stonden. Onder het communistisch bewind is de wederopbouw voortvarend ter hand genomen, zij het dat er alleen geld was voor de opbouw van de historische binnenstad. 

Dit verhaal en nog veel meer horen we tijdens de gratis stadswandeling, die we maken met de Free Walkative Tour. De enthousiaste gids leidt ons door de poorten van de stad, door de hoofdstraat en over de Lange Markt. We komen langs de enorme bakstenen Mariakerk, langs het prachtige, rijk versierde Arsenaal.  
Lange Markt


Arsenaal

Arsenaal


Zoals in meer steden is ook Gdansk een stad, waarin je vaak je hoofd in de nek moet leggen.   Veel van de kleurige panden zijn versierd met beschilderingen, stucwerk of beelden. We kijken ons ogen uit. 



Naast de prachtige Lange Markt zijn ook een paar parallelle straten de moeite waard. In de Mariastraat zijn de trappetjes en bordessen gespaard gebleven en die geven deze straat met zijn bijzondere regengoten en talrijke winkeltjes met barnsteen sieraden een bijzondere uitstraling.  
Mariastraat

We staan stil bij de fontein van Neptunus en bij het symbool van de stad, de Middeleeuwse kraan. Dankzij die door mannen in een tredmolen aangedreven kraan kreeg de stad in de gouden Eeuw zijn welvaart. Gdansk was een Hanzestad, waar graan werd verkocht en geruild tegen goederen als specerijen en hout. De kraan sloeg de goederen over van schepen naar de kade en omgekeerd.  
Neptunus Fontein

Middeleeuwse kraan

Die handel bracht ook contacten met de Nederlanden. We horen van de gids dat bij de bouw van verschillende poorten bouwmeesters uit Antwerpen waren betrokken. Dat de huizen ons doen denken aan de panden in sommige Hollandse steden is daardoor wel verklaarbaar.  

De tour eindigt bij het oude Postkantoor, waar Duitse nazi-sympathisanten de Poolse postbeambten beschoten, tot overgave dwongen en fusilleerden. We hebben in tweeënhalf uur niet alleen veel gezien maar ook veel gehoord over de geschiedenis van de stad. Een aanrader dus, die tour.

Tip: De Walkative Tour vindt van april tot september iedere dag plaats en start om 10.30 uur achter de Gouden Poort. Herkenbaar aan een gele paraplu. Om 15.30 uur start er een tour over de Communistische tijd, die naar de scheepswerf leidt, waar de vakbond Solidaridad in 1980 werd opgericht.  De tours zijn gratis maar een fooi wordt op prijs gesteld. Zie www.walkative.eu.

In de middag lopen we zelf nog langs een aantal van de bezienswaardigheden. Het is deze 15 augustus heel erg druk in de stad. Maria Hemelvaart is niet alleen n religieuze feestdag maar ook een nationale vrije dag. Er wordt onder andere een Marathon gehouden. Bovendien vindt vanaf eind juli drie weken lang de Sint Dominicus Jaarmarkt plaats. Dat betekent dat zo’n 1000 kramen met etenswaren en goederen in de straten en langs de kaden staan opgesteld. Die jaarmarkt vindt al 750 jaar jaarlijks plaats en trekt heel veel volk. Kortom, het is erg druk.

Tip: ook Gdansk heeft enige kleine zelfstandige brouwerijen. Wij proeven hun bier bij Brawar Piwna in de ul. Piwna.  

Scheepswerf Gdansk

De volgende dag ontmoeten we Pjotr, een gepensioneerde Pool, die vloeiend Engels spreekt en een kennis is van een goede vriend. Met hem zien we de werf, waar destijds, in 1980,  de vakbond Solidaridad begon en waar tegenwoordig een bijzonder museum staat.  In dat museum is er aandacht voor de stakingen en de opkomst van de vakbond, die streed voor rechten voor de arbeiders en uiteindelijk voor de opheffing van het communisme. Vanaf het dak van dat uit roestkleurige platen opgetrokken museum hebben we een mooi zicht op de oude werf.



Pjotr vertelt hoe minimaal het leven toentertijd was voor de gewone Polen.  Zo werd als nieuws in de kranten aangekondigd dat een schip met bijvoorbeeld bananen onderweg was naar Polen. Mensen verkneukelden zich daar al bij voorbaat op en hoopten door in de rij te gaan staan misschien wel en kilo bananen te kunnen kopen voor hun kinderen. Dat was dus begin jaren ’80 van de vorige eeuw. Van die schaarste is nu niets meer te merken. Overal zien we bekende Franse, Duitse en Engelse supermarkten en in Gdansk is het ene winkelcentrum nog mooier en uitgebreider dan het andere.

Sopot

Pjotr rijdt ons naar de badplaats Sopot, die bij Gdansk hoort, zoals Scheveningen bij Den Haag. Behalve het brede, witte strand en het mooie ouderwetse Grand Hotel is de grootste attractie hier de houten pier die een paar honderd meter de zee in steekt. De zon schijnt, de wind waait door onze haren, kortom een prima plek om op deze mooie dag op het terras van het restaurant op het eind van de pier te zitten.

Pier

Grand Hotel

Gebogen Huis in Sopot

De trein brengt ons in de middag voor 3,80 zloty per persoon weer terg naar het centrum van Gdansk.

Dag 4 en 5
Overnacht: in Gdansk op camperplaatscamping  tegenover camping Stogi 218,Campercontact . Een matige plek, waar de campers dicht op elkaar op de stenen staan. Wel met een goede verbinding naar de stad. Tram 3 en 8  vertrekken 300 meter uit de poort. De weg aflopen, rechtsaf en de tram staat aan de overkant van de weg. Een kaartje kost 3,80 zloty in de tram. Uit de automaat in de stad kost het kaartje 3,20 zloty.
 

Malbork

Zo’n 60 kilometer ten zuid-oosten van Gdansk ligt het enorme kasteel Malbork.  We rijden er in circa anderhalf uur naar toe en vinden een plekje op de vlakbij het kasteel gelegen camping.
Het kasteel schijnt het grootste kasteel in Europa in baksteen te zijn en bovendien het grootste Gotische kasteel. Het gigantische kloosterkasteel dateert uit de 15e eeuw en was destijds het machtscentrum van de Duitse Orde, een religieuze en militaire orde, zoals de tempeliers.  De soldaten/monniken/ridders van deze orde bouwden het het complex en maakten er hun hoofdkwartier van. Later kwam het in handen van Poolse koningen. Het had sterk te lijden in de Tweede Wereldoorlog maar is nadien weer helemaal opgebouwd en inmiddels  staat op het de UNESCO werelderfgoedlijst.


Het kasteel ziet er aan de buitenkant al groot uit maar hoe immens het is merken we pas als we er in rondlopen. Dat doen we aan de hand van een ingenieuze audiogids, die zelf weet waar je bent in het kasteel en dan in prettig Engels wat over die ruimte vertelt. Je hoeft dus zelf geen knopjes in te drukken en kan gewoon je eigen tempo bepalen.  De audiogids leidt ons via een wirwar aan zalen, trappen en gangen door het voorkasteel, het middengedeelte en het kloosterdeel.


Acht meeter hoge mozaiek van Madonna met kind





We komen door de keukens, refters, eet- en slaapzalen, het klooster, binnenplaatsen en de Gulden Poort. We zien documenten en zegels en een uitgebreide collectie barnstenen voorwerpen. Later volgen er nog harnassen en wapens.  We vergapen ons aan de gewelven, de vloeren met vloerverwarming (!) en de muurschilderingen Al met al brengen we er bijna 5 uur door, zij het met een tussenstop voor een kloek glas koel bier.


Dag 6
Overnacht In Malbork op Camping Nad Strawen. N 54.04610° E 19.02494°
 


Polen: Poznan, prehistorie en Torun

Een kennismaking met de prehistorie, zelfgebakken peperkoek en natuurlijk ambachtelijk gebrouwen bier zijn onze eerste ervaringen in Polen. We starten onze camperrondreis door Polen met bezoeken aan Poznan, Biskupin en Torun. 


Voorafgaand en aansluitend aan onze reis door Rusland, eerder dit jaar, reden we met enige vaart door Polen. We zagen net genoeg van het land om onze interesse te wekken maar hadden te weinig tijd om er echt van te genieten. Dat maken we nu goed. 


Poznan

Dag 1 

Onze eerste echte stop na anderhalve dag rijden door Duitsland en een eerste overnachting, kort na de grens, is Poznan. 

Poznan is een studentenstad en een handelsstad en beide achtergronden zorgen voor een levendig centrum. Het is dan ook alles behalve uitgestorven op het Grote Marktplein op deze zonnige zondag. Dat enorme Marktplein mag er zijn. Aan vier kanten wordt het omzoomd door fraaie hoge herenhuizen, in vele pastelkleuren. De gevels lijken soms veel op die van Hollandse herenhuizen in Amsterdam, Haarlem en Delft. Middelpunt op het plein is het mooie stadhuis. Helaas zijn we net te laat om precies om 12 uur bij de klokkentoren twee bokjes te zien, die 12 keer met de poten tegen elkaar slaan. Die bokjes zien we overigens nog wel terug in een beeldengroepje. De diertjes zijn het symbool van de stad sinds in 1511 twee bokjes wisten te ontsnappen aan een feestdis, waar ze als gebraad zouden dienen bij een groot inhuldigingsbanket. 



Stadhuis



Er is nog meer moois te zien in het compacte centrum van de stad. We vergapen ons aan de rijkelijk versierde Franciscanerkerk en aan de roze parochiekerk. Later wandelen we ook nog naar de kathedraal van de H.Petrus en H.Paulus. Het is wel duidelijk: aan kerken ontkom je niet in dit vroom katholieke land. 


Roze kapel in de Franciskanerkerk

Altaar in de Franciscanerkerk
Kathedraal

Net als de Polen zelf, strijken ook wij neer op een van de vele terrassen op de Grote Markt. Wij komen terecht bij Bovaria. Dat blijkt geen slechte keus, want dit Hotel/Restaurant herbergt ook nog een brouwerij, waar het eigen bier wordt gebrouwen. Het smaakte best!



Het centrum van Poznan is heel gezellig en mooi maar niet groot. In een halve dag hebben we het wel bekeken. 
Parkeren: We parkeren de camper op een parkeerterrein achter het Grand Theatre in de straat Wieniawskiego. Er staan parkeermeters maar die zijn op zondag buiten gebruik. Op weekdagen 2 tot 3 Zloty per uur, te betalen met muntjes. Van de parkeerplaats ga je bij het Grand Theatre/Operahuis linksaf en wandel je in een kwartier naar de grote Markt. Daarvandaan is heet ook weer een kwartier naar de kathedraal op het kathedraaleiland. 
Na ons bezoek aan het centrum rijden we naar de overnachtingsplaats, campercamping Wojorch Szczeponski in Biskupin, een stukje ten Noorden van Poznan. 

Prehistorie in Biskupin

Dag 2 (deels)

Onderweg naar Hanzestad Torun maken we een omweg naar Biskupin. 
Biskupin is een prehistorische vindplaats. Zo’n 2700 jaar geleden was hier een versterkte nederzetting waar zo’n 700 tot 1000 mensen woonden. De plaats is in de dertiger jaren van de vorige eeuw ontdekt en archeologen hebben er allerlei studies gedaan. Heden ten dage is er een reconstructie te zien van de uit boomstammen opgetrokken muur en voorbeelden van de rijen huizen/hutten die er stonden. Een paar van die woningen zijn geopend en geven een indruk hoe hier werd gewoond en gewerkt. Vooral de omringende muur, die is opgetrokken uit ingenieus gestapelde stammetjes is indrukwekkend om te zien. Het geheel is niet groot, zodat we na een paar uur weer verder rijden. 





De weg naar Torun voert ons door het binnenland van dit deel van Polen. We komen langs dennenbossen maar vooral door licht glooiend langs akkerland en maisvelden, door slaperige dorpjes en langs stille meertjes. Spectaculair is het landschap, dat ons doet denken aan Noord-Frankrijk, niet wel lieflijk. De wegen zijn goed berijdbaar. 


Torun 

Dag 2 (deels)  en 3 

Twee halve dagen brengen we in Torun door. De stad, waarvan het centrum in zijn geheel op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat, ligt schilderachtig aan de rivier Wisla. Torun was vroeger een van de Hanzesteden en deed aan rijkdom nauwelijks onder aan Gdansk. Ook hier lieten rijke kooplieden fraaie huizen bouwen en werd er een enorme kerk neergezet en een fraai stadhuis. Veel werd gebouwd met kenmerkende rode bakstenen, zoals in die tijd langs de Baltische kust gebruikelijk was. Ook in later jaren vierde die baksteenbouw nog hoogtij. 


Huis met de ster

Vanzelfsprekend is ook in Torun is het middelpunt van het stadje weer het grote marktplein, met daarop het stadhuis. We wandelen er vanaf de camping,, over de brug in een kwartiertje naar toe. We dwalen een halve middag rond in de straatjes, waar het ene mooie huis naast het andere staat. Als mooiste van allemaal geldt het huis met de ster, op het marktplein. In de straten en langs de Wisla zorgen terrassen en restaurants voor gezelligheid. 





Peperkoek

Torun is beroemd om zijn peperkoek, in het Engels gingerbread. Er zijn maar leift twee peperkoekmusea, oftewel oude bakkerijen. In een daarvan kneden we zelf de volgende dag het deeg voor onze eigen peperkoek, rollen het uit en snijden we de figuur bij. Terwijl we een rondleiding krijgen (in het Pools, maar gelukkig geeft een jonge Poolse vader ons steeds wat uitleg in het Duits) , wordt onze koek gebakken. Het geheim van de smid is natuurlijk het kruidenmengsel waar naast kaneel en nootmuskaat, ook gember, kardemon, kruidnagel en peperkorrels in gaat. Het resultaat is een smakelijke koek, die wat lijkt op taai-taai. Het zeggen is dat er soms voor een geboorte koeken in een speciale vorm werden gebakken, die dan werden opgediend op de trouwdag van de boreling! Zover hebben wij het niet laten komen. 



Parkeren in Torun kan op een groot parkeerterrein onder de brug. Campers kunnen daar ook overnachten. We hebben geparkeerd tegenover dit terrein, ook onder de brug, op parkeerplaatsen, haaks op de weg. Betalen bij parkeerautomaat, 12 Zloty voor 3 uur. 

 Na ons bezoek aan Torun rijden we door naar Gdansk 

Overnachtingsplaatsen.
In Duitsland bij Schloss Bucheburg, niet ver van de A2, afrit 35, een stuk voor Hannover. Sitecode 6588. Mooie rustige plaats. 7 euro. Sitecode 6588. De iets verder liggende sitecode 29650 was ook een optie geweest. 

 Na een lange tocht met veel wegwerkzaamheden en daarmee gepaard gaande files over de A2 door Duitsland, komen we Polen na anderhalve dag binnen bij Frankfurt a/d Oder. 


In Polen overnacht op Camping Marina in Sulecin. Eenvoudige camping, in bos en aan een meertje. Afgebakende plekken. 15 euro.  
Dag 1 Overnacht ten Noorden van Poznan op te dure boerderijcampercamping in Biskupice. 20 euro. Sitecode 14929 
          Dag 2 Overnacht in Torun op camping-hotel Tramp, nr 33. 60 zloty. Sitecode 29106. 
Dag 3 Overnacht in Gdansk op camperplaatscamping tegenover camping Stogi 218,