Met camper naar oerbos Bialowieza

Het laatste oerbos van Europa ligt ten zuiden van de stad Bialystok, aan weerszijden van de grens Wit-Rusland en Polen. We rijden zo’n 250 km zuidwaarts naar Bialowieza, pal tegen de Wit-Russische grens. Geen van de 600 bizons die er leven, zien we; wel heel veel verschillende bomen en planten 


De route voert ons van Gizycko via Elk en Bialystok en dat betekent rijden over veelal smalle wegen – vaak met aan weerszijden bomen – door het groene, licht golvende Poolse platteland. Ierland staat bekend om zijn vijftig tinten groen maar dit deel van Polen doet er niet voor onder. Groen zijn de uitgestrekte weiden, groen de bosschages en groen de bomen. 

We komen door piepkleine dorpjes. Regelmatig zien we een Mariabeeld langs de kant van de weg, versierd met bloemen en met veelkleurige linten. Ook ooievaarsnesten horen bij het landschap, waarbij opvalt dat de meeste nesten al leeg zijn. Later horen we dat de trek naar het Zuiden dit jaar al vroeg is begonnen. Volgens de Polen betekent dit dat we een strenge winter krijgen. 



ooievaars op het land

Steenslagpad


Het asfalt is merendeels in prima staat. Aan het laatste deel, weg 685, wordt hard gewerkt en dat betekent dat de weg op veel plaatsen meer dan gehalveerd is en er slechts een smalle strook asfalt en een hobbelig steenslagpad over blijft. We komen echter heelhuids aan in Bialowieza en vinden een plekje op een kleine camping, niet ver van de ingang van het Nationale Park. Dat dit een toeristische attractie is, blijkt wel uit de kraampjes en aan de kamers aanbiedende buurtbewoners. 


Oerbos bij Bialowieza

Duizenden jaren geleden waren grote delen van Europa overdekt met oerbos. Dit stuk in het oosten van Polen (en in het aangrenzende Wit-Rusland) is het enige overgebleven deel van dat oerbos.  Omdat het ver van de bewoonde wereld ligt, is het nooit geëxploiteerd en heeft het eigenlijk vooral gefungeerd als jachtgebied voor tsaren en koningen, die hier een hert of bizon kwamen schieten. Het verkeert  daardoor nog in de oorspronkelijke staat. Er leven in het bos heel veel insecten, vogelsoorten en er komen talloze verschillende paddenstoelen, planten en bomen in voor. 

Het belangrijkste deel van het Nationaal Park mag je alleen met een officiële gids binnen, waarbij er wandelingen en fietstochten mogelijk zijn. Dé attractie vormen de meer dan 650 wisents oftewel bizons, die in het park leven. Iedereen komt om die dieren te zien. Ze laten zich echter nauwelijks zien. De meeste kans zouden we maken met een excursie om half 5 ’s morgens, waarbij we ook nog een auto zouden moeten huren. Dat is ons te gortig. 

Wandeling met gids

De privé wandelingen voor de volgende dag zijn al volgeboekt; we kiezen daarom voor een wandeling met een groep van maximaal 12 mensen om half negen ’s morgens. En dat blijkt geen slechte keus. Aan het einde van de wandeling komen we verschillende privé-groepjes tegen en die wandelen over dezelfde paden als wij, tegen veel hogere kosten. 



Onze wandeling telt 7,5 kilometer en daar doen we onder leiding van een vrouwelijke gids op leeftijd bijna vier uur over. Ze weet vooral veel over de verschillende planten en bomen die hier groeien. Dieren komen we op onze wandeling niet tegen, op een enkele specht na. Het beleid in dit ruim 32.500 ha grote gebied is dat de mens niet ingrijpt. Net als Staatsbosbeheer in Nederland ook doet, laat men in dit Nationale Park de natuur zijn gang gaan. Het betekent dat omgevallen bomen blijven liggen en een voedingsbodem vormen voor andere planten en paddenstoelen, dat insecten er een schuilplaats vinden en dat dieren de schors eten. 


Elfenbankjes op de boomstammen


Alleen als zo’n gesneuvelde woudreis het pad verspert wordt deze in stukken gezaagd maar blijven de delen naast het pad gewoon liggen. Pronkstuk op dit gebied is een in 1974 omgevallen eik, die inmiddels deels is vergaan maar nog wel herkenbaar is. 



Behalve de bizons leven er ook in het wild wolven, lynxen, elanden, herten en bevers. Zoals gezegd, die zien we niet, al herkent onze gids wel hun sporen. Ook wijst ze ons op eiken, essen, olmen, esdoorns, larixen en dennen en sparren. Al met al is het een bijzondere ervaring om in zo’n oud, stil en ongerept bos met enorme bomen rond te lopen. 



Je kunt ook nog zelf op de openbare paden van het bos wandelen of fietsen (tegenover de camping zijn fietsen te huur) maar dat geloven we wel. De rest van de middag brengen we luierend bij de camper door. 


Overnacht: Dag 9 en 10In Bialowieza op Camping Dom Pod Bicianem, campercontact 56323. Kleine en eenvoudige camping. Let op, je rijdt hem zo voorbij maar er staat bord in de tuin met o.a. een tentje. Vanuit de camping ca. 200 meter naar links is het toeristenbureautje voor het Nationaal Park.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten