Mistras, Geraki, Monemvassia












 13 t/m 15 juni  Met de caravan door Griekenland

Soms heb je van die dilemma’s. Gaan we vanaf Nafplio door naar Gythion (aan de zuidpunt van de Peloponnesus) of naar Mitras bij Sparta, 50 kilometer noordelijker, midden in het land. Gythion geeft een betere uitvalsbasis voor Monemvassia (aan de zuid-oostkust), zo dubben we, maar betekent wel weer dezelfde weg terug met caravan en al om aan de westkust van de Peloponnesus te geraken.

Mitras

Uiteindelijk kiezen we voor Mitras. We strijken er zondag rond de middag neer op camping Castle View en voelen ons jaren terug in de tijd. En ook een beetje als God in Griekenland. Een kleine camping, zonder afgebakende plaatsen, waar we nu onder de olijfbomen staan. Natuurlijk is er een taverne met overdekt terras, uitgebaat door de zoon van de familie (very good restaurant, aldus zijn trotse vader). Als concessie aan de moderne tijd is er ook nog een zwembad, waar een vrouwelijk familielid insecten staat dood te slaan.
Rijk kan de familie er niet van worden, want waar betaal je nog 3 euro voor 2 pullen ijskoud bier?

We bezoeken de oude Byzantijnse stad, die boven het dorp ligt en natuurlijk bijna gehele tot ruïnes is vergaan. Toch is er nog een in bedrijf zijnd klooster. In de verschillende kerken zijn nog fresco’s te bewonderen. We klimmen zelfs via een paar honderd treden en smalle stenige paadjes helemaal naar boven naar het oude kasteel. Een warme tocht, die ons beloont met een uitzicht over het dal met zijn vele olijfbomen.’

Geraki en Gythion

Olijfbomen zien we ook bij duizenden tijdens ons tochtje naar Geraki en Gythion.

Geraki

Geraki ligt geheel in de bergen verstopt, een dorp op een rotspunt gebouwd. We komen er terecht in straatjes zo smal, steil en nauw, dat we onszelf bijna vast zetten. Een vriendelijke Griek geeft ons aanwijzingen hoe we beneden in het dorp moeten komen. Daar loopt de tijd nog in het tempo van een slingeruurwerk. Een plein met bomen, enige tavernes, flink wat bezoekers, stokoude auto’s van modellen die al jarenlang uit productie zijn, brommers met kistjes.

Er blijkt een begrafenis gaande en we zien de stoet vanuit de kerk naar beneden naar het kerkhof lopen. Drie jongelui in T-shirt en korte broek voorop met de ‘gouden’(koperen) kruisen. Daarachter de zeg-zingende priester, de rouwauto en de lopende nabestaanden en dorpelingen. Als de stoet het plein passeert, staan alle bezoekers van de tavernes (en wij dus ook) respectvol op. De achterste volgers in de stoet zien we hier wel afhaken en meteen naar de taverne gaan. Later komen er ook andere begrafenisgangers en wordt het steeds gezelliger. De visventer die zijn waren komt aanprijzen en waar iedereen zich om de achterbak van zijn pick-up truckje verdringt, maakt het tafereel compleet.

Gythion

Later brengen we nog een bezoek aan Gythion, een best wel aardige havenplaats. Daar merken we ook wat van het ongenoegen van de Grieken over de opgelegde bezuinigingen. De vuilnisdienst staakt er kennelijk en dat betekent hele hopen (stinkende) vuilniszakken.
Een maal op het terras van onze ouderwetse camping (25 euro, inclusief fooi) maakt onze dag compleet.

Monemvassia

Het is de laatste dagen steeds warmer geworden. We beginnen onze tocht naar Monemvassia daarom redelijk vroeg in de morgen. Maar de 90 kilometer lange rit langs bergen en olijfbomen (alweer) kost ons ruim 1,5 uur. Gelukkig zorgt de airco in de auto voor aangename koelte, want het kwik stijgt deze morgen al tot 35 graden en zal in de middag zelfs 42 graden halen.

Monemvassia wordt vergeleken met Gibraltar: een rots in zee. Op die rots ligt een middeleeuwse plaats geplakt, die in zijn geheel onder de werelderfgoedlijst van Unesco valt. Je komt er vanaf het vasteland over een dijk. Natuurlijk zijn er in het (autovrije) dorp met zijn nauwe, stijgende straatjes en vele trappetjes restaurantjes en winkeltjes maar toch is het geheel lang niet zo kitscherig als bijvoorbeeld de Mont St Michel.
Er wordt ook flink gerestaureerd, maar omdat er geen auto's in het stadje kunnen komen, moeten alle bouwmaterialen worden aan- en afgevoerd met muilezels. Zo zien we met enige regelmaat mannen acht flinke emmers vol scheppen. Muilezels krijgen vier emmers op hun rug en brengen dan sjok sjok het af te voeren zand buiten de poort. Tsja, zo kost een project wel tijd, zeker ook in deze hitte.

We dwalen er door de straatjes en vinden het bezoek ook zeker de moeite waard maar na een paar uur hebben we het wel bekeken. We ontvluchten de ergste hitte op het vasteland in een taveerne voor een late lunch en rijden dan terug naar de camping. Puf, wat is het heet. Te warm voor nog een rijdag vanaf de camping naar het natuurgebied van de Mani, besluiten we. Jammer, maar misschien iets voor een ander jaar.

Morgen rijden we naar de westkust en hopen dat het aan zee een paar graden koeler zal zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen