{ 'anonymize_ip': true });

Naar Inverness en omgeving en Loch Ness

17 t/m 20 juni

Rond Inverness, de hoofdplaats van het noorden van Schotland, blijkt een heleboel te zien. We brengen dan ook vier dagen in deze omgeving door. 

Zondagskranten en Whisky

We beginnen onze aanloop naar Inverness vanuit het Noorden traag, met een luie zondag. Daarbij horen de zondagskranten. Altijd een genoegen, hier in het Verenigd Koninkrijk. In ieder dorp is er wel een lokale kruidenier open, die een heel assortiment Sundaypapers heeft, variërend van de tabloids tot de Times en hier in Schotland ook nog Schotse kranten. 

Wij installeren ons met koffie en de Sunday Telegraph. Leuk, en we poetsen ons Engels er mee op! Wat past er verder beter op zo’n dag na de koffie dan een ‘dram’ whisky. 
Die gaan we als ‘vriend van de whisky’ gratis (sic!) halen bij Clynelish Distillery in Brora. Ook hier krijgen we weer een leuke rondleiding en de uitleg over mout, wort en wash begint ons al bekend in de oren te klinken. We leren onder andere dat de blend van Johnny Walker Gold voor een groot gedeelte uit deze whisky bestaat. Helaas mag je ook in deze distillery niet fotograferen.





Deze vaderdag-zondag is compleet als we het staartje oppikken van de vintage-cars race, die in Tain deze middag is gehouden. We kunnen nog net de verschillende opeenvolgende Austins bewonderen, die vader W decennia geleden bezat.

Overnacht: 
Onze campingplek vinden we op Black Isle, ten noorden van Inverness op de camping van de Camping and Caravanning Club in Rosemarkie. Adres: Ness Road East, Rosemarkie, Fortrose, Highlands, IV10 8SE


Black Isle

Nu we toch op Black Isle zijn, maken we daar de volgende dag een rondrit. Hoewel mensen speciaal bij de vuurtoren in Rosemarkie komen om dolfijnen en walvissen te zien, blijft voor ons de zee gewoon glad: geen vin te zien.  Dat zal over een paar dagen anders blijken te zijn als we hetzelfde water bekijken vanaf de andere kant, hoog op Fort George. Daarover later meer.


Op Black Isle lopen we rond in het schattige dorpje Cromarty en kijken jaloers naar de bloeiende borders bij de cottages. Overigens is Black Isle verre van zwart. Het schiereiland is juist sappig groen en valt verder op door de vele bloeiende bremstruiken.


Inverness en Loch Ness

Inverness is de belangrijkste grote plaats, hier in het Noorden en is behoorlijk toeristisch met winkels met kilts, wollen truien, etcetera. Na een paart uurtjes hebben we het wel bekeken. 
Via de drukke weg rijden we  langs Loch Ness naar Drumnadrochit, de centrale plek aan Loch Ness. De geld-uit-de-zak-kloppende,  quasi-wetenschappelijke tentoonstelling over het Monster laten we maar zitten. Liever installeren we ons op de kleine boerderijcamping, iets ten zuiden van het plaatsje en lopen teug voor een pint op het terras van de lokale pub.


Overnachtwww.borlum.co.uk/Camping/Campsite. Adres:  Drumnadrochit, Inverness IV63 6XN

We kunnen Drumnadrochit natuurlijk niet verlaten zonder bij kasteel Urquart en het Loch zelf geweest te zijn. Met een klein bootje maken we dan ook een tocht over het meer en langs het kasteel. De vrolijke schipper is naar eigen zeggen een ‘Jack of all trade’ en haalt ons eerst met een busje op van het touristoffice om vervolgens zijn bootje te besturen. Hij weet veel over het Loch te vertellen. Onder meer dat het dieper is dan de Noordzee en als trotse Schot laat hij ook fijntjes weten dat Loch Ness even veel water bevat als de wateren in Engeland en Wales tezamen. Om het Monster moet hij zachtjes lachen. “Wij klagen niet, een betere promotie hadden we ons niet kunnen wensen”, zegt hij ervan.
Varen op Loch Ness, Schotland





Loch Ness

Gezicht op kanteel Urquart bij Loch Ness, Schotland


In de omgeving ligt ook de Glenn Affric, een prachtig stuk ongerepte natuur met inheems bos. We rijden er over een uiterst smal, doodlopend weggetje heen en weer terug.

Slag bij Culloden

Een stukje terug, in de omgeving van Inverness, ligt Culloden. Bij dit plaatsje heeft in 1746 een bloedige veldslag plaats gevonden tussen de regeringsgezinde Engelsen en de Jacobieten, volgelingen van ‘Bonnie Prince Charles’. Het Prinselijk leger, dat vooral uit Highlanders bestond, is bij Culloden gruwelijk in de pan gehakt. In een strijd, die binnen het uur was beslist, lieten 1500 Highlanders het leven. In de nasleep van de strijd brandden de Engelsen kastelen en boerderijen af, werden Highlanders gevangen genomen en gedwongen op plantages in Amerika te werken. De kilt, de doedelzak en de Gallische taal werden verboden. 
Ter plekke is een heel interessante tentoonstelling met en over de hele geschiedenis. Leuk is, dat beide kanten van het verhaal steeds worden belicht.

Toen we toch in Culloden waren hebben we ook nog de ‘Highland Games’van de plaatselijke middelbare school meegemaakt: een sportavond met allerlei door leerlingen bemande kraampjes,  dans- en muziekuitvoeringen en touwtrekwedstrijden, allemaal op het immense sportveld van de school. Het hele dorp kwam kijken. En wij dus ook; lokaler amusement kun je niet meemaken.




Gezicht op Dordrecht in Cawdor Castle

Er is nog meer te zien. Een paar kilometer verderop ligt Cawdor Castle, een prachtig kasteel. Volgens de legende was MacBeth graaf van Cawdor. Het kasteel is mooi en huiselijk ingericht en het publiek mag hier heel wat kamers zien. Bijzonder voor ons is dat in een van de kamers een schilderij van Albert Cuyp hangt, dat een gezicht op Dordrecht voorstelt.
Bij het kasteel hoort een al even mooie tuin, die – net als eerdere grote en kleine tuinen - er jaloersmakend bij staat met bloeiende geraniums, papavers, Zeeuws knoopje en vrouwenmantel.

Toevalligerwijze wordt hier morgen een aflevering van de Engelse versie van Kunst en Kitsch (hier Antiques on the Road geheten) opgenomen. Vandaag is de BBC met trailers vol materiaal bezig om zitjes in de tuin te maken voor de verschillende experts. Bordjes geven aan bij welk zitje je terecht kan met grootmoeders vazen, juwelen, klokken of meubelen. Cameramensen leggen dikke bundels kabel aan. Het mag duidelijk wat kosten!

Cawdor Castle



Fort George

Als nasleep van de slag bij Colloden is niet ver van Inverness het Fort George gebouwd. Het enorme fort is nog altijd in prima conditie. Het is destijds door de Engelsen uit voorzorg gebouwd om opstandige Schotten onder de duim te kunnen houden. In de praktijk was dat niet nodig. De Schotten kwamen niet meer in opstand en er is om die reden dan ook nooit een kanon afgevuurd. Wel bleek het fort handig om de Fransen wat jaren later tegen te houden.
Heden ten dage maakt het leger nog altijd gebruik van het fort. We zien onder andere een regiment doedelzakspelers in gevechtsuniform oefenen. Het klinkt goed en ziet er ook in dat uniform indrukwekkend en strak uit.



Het fort ligt recht tegenover de punt van Black Isle, waar we enige dagen eerder waren. Nu zien we wel de dolfijnen uit het water springen, een fantastisch gezicht. 


Tip: Wij zijn vooral aan de Noordkant van Loch Ness gebleven. Maar we hebben van mede-camperaars begrepen dat het de moeite waard is om via de A82 naar de zuidpunt bij Fort Augustus te rijden. Hier komt het Caledonian Canal it in Loch Ness en er zijn vijf aanéén geschakelde sluizen nodig om het hoogteverschil e overbruggen.  Hierna kun je via de andere kant van het meer langs de mooie maar smalle weg terugrijden naar het Noorden en aan de overkant weer Urquhart Castle zien liggen. 
De laatste twee nachten brengen we steeds door voor het hek van verschillende plaatselijke campings.  We kwamen beide keren iets na zessen aan en vonden een gesloten hek. Omdat we toch geheel zelfverzorgend zijn, parkeren we dan maar (voordelig) voor het hek.  
Zo stonden we voor de poort bij camping Silversands  in  Lossiemouth. Adres: Covesea West Beach, Lossiemouth IV31 6SP
Al met al hebben we deze vier dagen op ons gemakje – inclusief het heen en weer rijden - ca. 440 kilometer gereden.