Met de camper in Sevilla en Cordoba

Sevilla en Cordoba

Bij een reis door Andalusië hoort – naast Granada – ook een bezoek aan de Moorse steden Sevilla en Cordoba. Van El Rocio is het met de camper maar goed 80 kilometer rijden naar Sevilla. We vertrekken niet vroeg, doen onderweg nog boodschappen en zijn uiteindelijk net na de middag op Parking Sevilla aan de Avenida Presidente Adolfo Suarez.  GPS: N 37.37228,  W 5.99469. We blijven hier precies 48 uur staan. 

Camperreis Spanje   Dag 33, 34, 35 en 36 

Sevilla

Vanaf deze mix-parking loop je zo de brug Puente de los Remedians over en het heerlijk koele park Maria Luisa in. 
In dit park treffen we meteen al een staaltje overdadige Spaanse bouwkunst aan, het Palacio de Espana. 

Palacio de Espana

Het is in 1929 gebouwd als Spaans Paviljoen voor de toen gehouden Iberco-Amarikaanse tentoonstelling en is uitbundig versierd met tegeltableaus. Veel Spaanse steden en streken hebben in alfabetische volgorde hun eigen tableau. Ook de bruggen en verlichting bij het paleis zijn rijk met tegels versierd. We kijken ons ogen uit. 





Tegeltableau bij het Spaanse paleis. Zo zijn er tientallen, in elke nis één

Om de sprookjessfeer compleet te maken staan de koetsjes met paarden te wachten op passagiers voor een rondrit door park en stad. 


 Alcazar

We volgen weer een thuis uitgeprinte wandeling van www.reisroutes.be en wandelen onder de bomen langs de rivier Guadalquivir naar het centrum. We komen langs de Gouden Toren (nu een maritiem museum) en lopen daarvandaan naar de al van verre zichtbare kathedraal en het er recht tegenover liggende Alcazar, de twee toeristische trekpleisters van Sevilla. 


De kathedraal sluit al om 16.00 uur en verkoopt rond half vier geen kaarten meer voor die dag. Wel kunnen we nog kaartjes kopen voor een dag later en dat blijkt een goede zet. We kunnen er de volgende dag de eindeloze rij met in de warme zon wachtenden mooi mee omzeilen. Overigens kun je ook kaartjes kopen bij de - veel rustiger - kerk San Salvador. Kaarten voor de kathedraal geven toegang tot de San Salvador en vice versa.

Bij het Alcazar blijkt de rij aan het einde van de middag niet zo lang. We kunnen snel naar binnen en lopen in de paleizen en bijbehorende tuinen bijna drie uur rond. Aan het hele complex is uiteindelijk vijf eeuwen gebouwd en het kent dan ook verschillende stijlen. Het mooist is het Palacio de Pedro, dat wel lijkt op het paleis in het Alhambra. Ook hier prachtige bogen, verfijnd stucwerk, schitterend bewerkte houten plafonds en kleurrijke tegels in de typische Moorse stijl. Misschien is het op onderdelen zelfs nog wel mooier, omdat hier de kleuren van het stucwerk intenser bewaard zijn gebleven. Net als in Granada levert het een sfeer op van 1001-nacht. 
Het renaissance-paleis van Karel V steekt er ook hier wat plomp bij af. 








Achter het paleis liggen schitterende tuinen met palmen, buxussen, potten met bloeiende planten, prieeltjes, vijvers en fonteinen. Alles bij elkaar een schitterend gezicht en heerlijk om er de hitte (het is meer dan 30 graden) te ontvluchten en in de koelte onder de bomen rond te wandelen. 


Joodse wijk

Na het bezoek aan het Alcazar zoeken we de straatjes in de oude Joodse wijk Santa Cruz op. Het is een wijk vol smalle kronkelstraatjes, winkeltjes en barretjes. Toevallig zijn we net rond 7 uur bij het Museo del Baille Flamenco, waar men niet alleen uitleg geeft over de oorsprong en opzet van de flamenco maar ook ’s avonds voorstellingen geeft. E is nog plaats en we genieten er weer van de gitarist, een zangeres en de zeer gepassioneerde dansen van een danser en danseres. Dit was topklasse in een kleine, intieme zaal. We hebben in deze wijk ook gegeten. Natuurlijk is dat toeristisch maar de korte optredens van muzikanten, zangers en acrobaten bij de terrassen zijn grappig en verhogende sfeer. 


Kathedraal en Giralda

Ondanks dat we al kaartjes hebben, gaat een flink deel van de volgende dag heen met het bezoek aan de immense kathedraal.  Net als in Granada is ook deze op drie na grootste kerk ter wereld gebouwd op de fundamenten van een moskee. We beklimmen via 35 hellinkjes de toren (vroeger de minaret) Giralda, bekijken de belangrijkste kapellen in de kathedraal, bewonderen het hoofdaltaar en de fraai uitgesneden koorbanken en vergapen ons aan het praalgraf van Cristoffel Columbus, al is het niet eens zeker dat de stoffelijke resten van de Amerika-ontdekker daadwerkelijk hier begraven zijn. 



Praalgraf Columbus

Uitzicht op kathedraal vanaf de toen

Dee Giralda, toren bij de kathedraal, vroeger een minaret



Onze wandeling voert ons verder dwars door de Joodse wijk nog naar de kerk San Salvador en naar het Casa de Pilatos. 
De San Salvador is de tweede belangrijke kerk in Sevilla. Het is een barok-kerk met diverse grote altaren. De buitenkant is tamelijk eenvoudig maar binnen is er een overdaad aan goud en wit. 

Een van de altaren in de San Salvador



Casa de Pilatos

Dit stadspaleis - hoog in de wijk Santa Cruz - zou zijn geïnspireerd op het huis van Pontius Pilatus in Jeruzalem, al is het pas op het einde van de 16e eeuw gebouwd. Ook hier weer boogjes en mooie azulejoswanden. 






Het bezoek is op woensdagmiddag gratis voor EU-burgers en dat levert hier weer lange rijen op. 

Stierenvechtersarena

Laatste stop in de wandeling is de meer dan 250 jaar oude stierenvechtersarena, die nog altijd in gebruik is. In het bijbehorende museumpje zien we naast schilderijen en gravures van stierengevechten onder andere prachtig bewerkte kostuums van beroemde stierenvechters. De kosten van zo’n met de hand geborduurd kostuum kunnen wel oplopen tot 7000 euro, zo leert de gids ons. Aan de wand ook koppen van gedode stieren. Voor ons blijft het stierenvechten vooral een wreed vermaak, voor de Spanjaarden ligt dat duidelijk anders. Het stierenvechten is voor hen geen folklore maar diep geworteld in de cultuur, zo wordt ons wel duidelijk. De stierenvechters zijn helden, zoals bekende voetballers. 





Kostuum versierd met kralen, pailletten en steentjes


Rijden met een koetsje

Onze laatste ochtend in Sevilla besteden we aan een romantisch rondritje in een paardenkoetsje, dat ons – trip, trap, trip – nogmaals langs de belangrijkste hoogtepunten van de stad voert. 






Wijk Triana

Daarna wandelen we zelf nog naar de wijk Triana, aan de andere oever, achter de brug Puente de Isabel. Ons eigenlijke doel, de pottenbakkersstraat, valt een beetje tegen. Veel aardewerkbedrijfjes blijken niet meer in bedrijf. De markthal bij de brug en de sfeer in deze volkswijk maken het echter toch tot een leuke wandeling. 





Zie voor informatie over Sevilla ook: www.ontdek-spanje.nl

Wij hebben in de stad alles gelopen maar je kunt er ook gemakkelijk fietsen: het is vlak en er zijn heel wat groene fietspaden. 


Naar Cordoba

We lopen na de middag terug naar de camper en rijden dan over de autostrada door naar Cordoba. Het wordt een wat saaie rit langs akkers, olijfgaarden en velden vol zonnebloemen. Het landschap is hier weids. Zo ver het oog reikt rijden we langs in cultuur gebrachte vlakke velden met slechts hier en daar een witte boerderij en in de verte de contouren van een sierra. Dichter bij Cordoba wordt het landschap glooiender en neemt de olijventeelt de overhand. 

Sevilla en Cordoba liggen zo’n 145 kilometer van elkaar verwijderd. Aan het einde van de middag zetten we de camper neer op stadscamping El Brillante in Cordoba. Daarvandaan zijn we de volgende dag met de voor de camping stoppende bus in een klein kwartiertje in het centrum van de moderne stad. 


Mezquita

Nog een kwartier lopen brengt ons bij de Mezqita, het enorme complex van moskee en kathedraal, waar Cordoba beroemd om is. Cordoba was 1000 jaar geleden de belangrijkste stad in Europa. De bouw van de moskee begon in 785 en is door achtereenvolgende kalifs steeds weer uitgebreid totdat deze meer dan 15.000 gelovigen kon herbergen. Later is in de moskee een gotische kerk gebouwd. Het is een bijzonder bouwwerk. Binnen zie je honderden zuilen met daar boven op rood-met-witte bogen. De zich almaar repeterende rijen zuilen en bogen leveren met elkaar een indrukwekkend en adembenemend schouwspel op. Heel fraai is de mihrab, de gebedsnis voor de imam. Ook hier weer weelderige bogen en een bijzonder plafond. We kijken ons ogen uit en zijn er letterlijk stil van. In de moskee is later dus een kathedraal gebouwd met een hoogaltaar en fraai bewerkte koorbanken. 


Gebedsnis

Honderden pilaren dragen de gewelven van de moskee




Patio's en straatjes

Na het bezoek aan de moskee/kathedraal wandelen we nog over de Romeinse brug en zoeken daarna de koelte op in de patio’s en straatjes in de Juderia, de oude Joodse wijk. Ook hier in de nauwe straatjes weer winkeltjes, restaurants en barretjes. Tussen de huizen liggen de koele patio's, vaak aangekleed met potten met planten. 


Romeinse brug met zicht op Mezquita

Koele straatjes in warm Cordoba

Plaza de la Corredera


Ook Cordoba heeft een Alcazar maar we zijn enigszins monumenten-moe en slaan dat na alle pracht en praal in Sevilla over. In plaats daarvan nemen we een biertje op een terras op Plaza de la Corredera, de plaats waar vroeger stierengevechten werden gehouden.


Overnacht:In Sevilla op de mixparking aan de Avenida Presidente Adolfo Suarex. Campercontact nr. 40897. GPS: N 37.37228,  W 5.99469.   Er is water en elektriciteit en grijs water lossen kan ook. Prijs 10 euro voor 24 uur plus 5,50 voor water en elektriciteit. Terrein is omheind en bewaakt en ’s nachts rustig. Voordeel: je loopt in 10 minuten naar het park en het Plaza d' Espagne en binnen het half uur naar de kathedraal en het Alcazar. 

In Cordoba: Camping El Brillante (Campercontact 6644). Eenvoudige stadscamping, die veel te duur is voor de simpele faciliteiten (27 euro zonder stroom, 32,50 met elektriciteit). GPS: N 37.90046,  W 4.78776.   De bus naar de stad stopt voor de deur en voor 1,30 per persoon sta je in het centrum. Wij zijn terug voor 5 euro met taxi gegaan, 

We hebben gereden: 80 kilometer van El Rocio naar Sevilla en 146 kilometer van Sevilla naar Cordoba.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen