Met de camper in Cork en omgeving

Dag 36 (deels), dag 37 5 en 6 juli 


Een gevangene, die op z’n knieën gebeden prevelt, een jonge moeder met haar kind aan de borst in een kille gevangeniscel en een 9-jarige jongen, die door een gevangenbewaarder met slagen tot de orde wordt geroepen. We zien het allemaal in de stadsgevangenis van Cork, de Cork City Gaol. Niet in het echt natuurlijk; de gevangenen zijn wassen beelden maar de van 1824 tot 1923 gebruikte gevangenis is wel degelijk echt en de genoemde gevangenen hebben ook echt bestaan. 


Via aanwijzingen op een hoofdtelefoon krijgen we een interessante rondleiding door het gebouw met zijn gangen met cellen.
Cork City Gaol


cellengang

Gevangene met baby
We horen er hoe mensen voor het stelen van een stuk stof een maand of langer gevangenisstraf kregen en in een kleine cel, met een dunne matras op de grond hun dagen sleten. Het droevige is, dat hun omstandigheden in die cel vaak nog beter waren dan er buiten. Rond 1921 zaten in de City Gaol ook politieke gevangenen, rebellerende Ieren. Al met al is deze gevangenis een bijzondere bezienswaardigheid, vinden wij. 
Wel een, die behoorlijk uit het centrum ligt: we liepen ruim een half uur vanaf het operagebouw, langs de rivier en heuvel op naar Sundays Well Road. 


Engelse Markt

Er is natuurlijk in Cork meer te zien, onder andere de kathedraal, maar we hebben vandaag geen zin in een kerk en houden het bij een wandeling door een voetgangersgebied van het centrum en een bezoek aan de Engelse Markt. 




Wij vinden het altijd leuk, zo’n oude markthal compleet met bogen, een galerij en een fontein. En natuurlijk met de kramen en stalletjes vol met vers fruit, groenten, brood, noten en vooral veel vlees en vis. We kijken er ons ogen uit en kookliefhebbers kunnen er hun hart ophalen. Voor een bijzonder recept een hele varkenskop of een stel varkenspoten (met de tenen er nog aan) nodig? Hier kun je ze voor niet al te veel geld kopen. 

Kortom, we amuseren ons best een dagje in Cork, Ierlands derde stad in grootte. We zijn hier gekomen na een korte rit vanuit Kinsale. 


Parkeren 

Parkeren met een camper in een stad is geen eenvoudige opgave. Vanuit Kinsale naderen we de stad via de N27 en daar staat een grote Park en Ride aangegeven. Helaas wel met een hoogtebeperking, zodat je er met een camper niet op kan. We rijden noodgedwongen een stukje door naar een groot parkeerterrein bij het Retailpark aan Kinsale Road N.51.87966, W.8.46808. Vanaf dit parkeerterrein twee maal links lopen en je wandelt in vijf minuten zo de Park en Ride op. Als niet-parkeerder kun je voor 1 euro per persoon retour met de bus naar de stad mee. Wel gaat de laatste bus om 19.15 uur terug. 

In de omgeving van Cork kun je verder nog naar Cobh, de laatste aanleghaven van de Titanic. Er is een gratis camperplaats en een leuk museum, over het belang van deze haven Queenstown, door de jaren heen voor emigrerende Ieren. Hier zijn we vorig jaar geweest en daarom kiezen we nu voor Castle Barney, zo’n 8 kilometer ten noorden van Cork.


Overnacht: 

Blarney Caravan & Camping Park,zo’n 2,5 kilometer van het dorpje Blarney. Een mooie camping, waar je met de Camping Keycard van de ANWB nog 2 euro korting krijgt. 
Tip: de vriendelijke campingbaas heeft een dienstregeling van de bus naar Cork, die het dorpje Blarney aan doet. In Blarney kun je de camper parkeren op het terrein van het kasteel of op dat van de Woolen Mill, een enorme winkel, vol met mooie Ierse producten.


Blarney Castle


We zullen het maar meteen bekennen: we hebben de steen niet gekust. Die steen, hoog in de toren van kasteel Blarney geeft welsprekendheid aan degene, die hem kust, zo gaat al meer dan 200 jaar het verhaal. Sindsdien hebben politici, hoogwaardigheidsbekleders en filmsterren de steen gekust en in navolging van onder andere Winston Churchill en Oliver Hardy  ook honderdduizenden bezoekers per jaar. 
Blarney Castle
 De animo is ook vandaag groot; als voor een Efteling-attractie schuiven we in een lange rij langzaam het kasteel in. Via een uiterst smalle wenteltrap gaan we voetje-voor-voetje 90 treden omhoog tot we boven op de omloop staan.
In de rij, boven op het kasteel, om de ingemetselde steen te kussen

Zo kus je de steen
Daar kan iedereen die dat wil om de beurt ruggelings op een plastic kleed gaan liggen, naar achteren schuiven en het hoofd achterover naar beneden richten en zo de steen kussen, die in de muur zit ingemetseld. Erg gemakkelijk en elegant ziet het er niet uit en we besluiten ter plekke dat we welsprekend genoeg zijn. Via een andere wenteltrap gaan we weer naar beneden. 

Het kasteel zelf zit op dezelfde manier in elkaar als kasteel Bunratty, waar we vorige week waren. Dat laatste verkeert echter in veel betere (gerestaureerde) staat en is deels gemeubileerd. Daar valt dus veel meer te zien. Hier in Blarney gaat het echt om die beroemde steen; verder is het gebouw kaal en enigszins vervallen. 


Tuinen


Blarney kan echter bogen op een enorme en prachtige tuin om het kasteel heen. Er zijn kleurige borders vol zomerbloemen, indrukwekkende oude bomen, een meertje en een geheimzinnige tuin met varens, hosta;s en een rotspartij. Het is vandaag mooi weer en we lopen met veel plezier in de tuin rond.



Enorme ceder uit de Libanon in tuin Blarney Castle


Weelderige en kleurige bloemenborders



Blarney House


Op het landgoed staat ook Blarney House, een Victoriaans herenhuis uit 1876. Het wordt nog steeds bewoond maar in juni, juli en augustus verhuizen de eigenaren naar een nabij gelegen boerderij en kun je het huis via een rondleiding bezoeken. Helaas wel onder de strikte voorwaarde, dat je er niet mag fotograferen. 

De rondleiding zelf vinden we zeer de moeite waard. Die geeft een mooi beeld van een prachtig en voornaam huis, waarin echt wordt geleefd. Er staan bloemen en planten, er liggen kussentjes op de banken en zowel in de gezellige woonkamer als in de hoofdslaapkamer (een van de twaalf slaapkamers, die het huis rijk is) staat ook eigentijds een televisie! 

Al met al brengen wij in kasteel (inclusief wachtrij), tuin en huis gemakkelijk bijna de hele dag door. Omdat we langzamerhand aan de terugreis moeten denken rijden we na dit bezoek zo’n 90 kilometer over de M8 naar het Noorden, naar Cahir. 

N.B. Vorig jaar kozen we na het bezoek aan Cobh voor een route langs de kust en kwamen we in Kilkenny en later in de Wicklow Mountains. Nu kiezen we voor twee historische hoogtepunten: de Rock of Cahir en (ten Noorden van Dublin) de oude grafheuvels van Newgrange.  


Overnacht: 

Op de kleine boerencamping The Apple Farm, nabij Cahir, campercontact 10127. De camping is een werkend boerenbedrijf, waar appelen, frambozen en aardbeien worden geteeld, verwerkt en verkocht. Het campingterrein is een groot rond grasveld. Rondom dit grasveld zijn verharde plekken. Het resultaat zijn ruime plaatsen met veel gras rondom. Er is geen slagboom en simpel maar schoon sanitair.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen