Met de camper naar Toledo

Windmolens in La Mancha en Toledo


Camperreis Spanje   Dag 37 en 38 

Daar staan ze dan, de windmolentjes, die je bij artikelen over Spanje ziet. De windmolentjes van Don Quichot. Komende vanuit Cordoba rijd je na Ciudad Real in de streek La Mancha, het land van Don Quichot dus. Het meest kenmerkend vind je dat terug bij Consuegra, waar op een heuvel nog elf windmolens uit de verhalen van De man van La Mancha op een rij staan. De windmolens spelen de hoofdrol in een van de beroemdste verhalen in het boek, waarin de dolende ridder Don Quichot de molens aanziet voor reuzen met zwaaiende armen.  Het gezicht op deze zo bekende Spaanse molentjes willen we niet missen. We rijden er op onze route naar Toledo speciaal voor om. 


We laten de camper in het dorp Consuegra staan en wandelen de weg naar boven op. 

Als dit nog altijd dezelfde windmolentjes zijn als degene die Don Quichot zag volgens schrijver Cervantes, dan moeten ze al minstens 400 jaar oud zijn. Maar of dat echt zo is weten we niet. De windmolens werden overigens gebruikt om meel te malen. De molenaar moest de zware zakken graan (60 kilo soms) naar de bovenste verdieping sjouwen. Daar werd het graan door de molenstenen - aangedreven door de wind - vermalen tot meel. De molen ging van vader op zoon over. Sinds de jaren '80 van de vorige eeuw worden de molens niet meer gebruikt en staan ze dus alleen te pronken in het land. 







Tip neem voor de afslag naar Consuegra de CM 4116 en niet de CM 4167 naar Urda. Dit laatste deden wij en die weg blijkt zeer slecht te zijn: vol kuilen en hobbels. 

Door het hart van Spanje

We zijn hier gekomen tijdens onze rit van Cordoba naar Toledo, een tocht van een dikke 300 kilometer, dwars door het hart van Spanje. Het grootste deel gaat via de N420, over de hoogvlakte. We kunnen meteen een vooroordeel naar de prullenbak verwijzen: wij dachten dat het Spaanse binnenland dor, droog en kaal zou zijn. Dat beeld stellen we bij. Het is leeg, dat wel. Weids, vaak vlak, soms golvend. Vele kilometers rijden we door een lappendeken van groene, gele en bruine velden en akkers met graan en zonnebloemen, afgewisseld met percelen olijfbomen.



Vooral in het eerste deel zijn de olijfbomen in de meerderheid. Soms zien die er verzorgd en in keurige rijen geplant uit, soms lijken ze maar lukraak in het landschap te staan. Het geheel is op een bepaalde manier mooi en zeker kenmerkend maar na enige tijd ook wel wat slaapverwekkend. Een stukje rijden tussen wat hogere, groene heuvels is dan ook een welkome afwisseling. 


 Na Consuegra brengt de CN42 ons snel in Toledo. 


Daar parkeren we de camper voor twee nachten op het terrein Parking de la Estacion, Avda de Castilla la Mancha 2. GPS: N 39,86472 W 4.01937 (v/h Campercontact nr 10864). Weer een plek op een mixparking. Een onofficiele parkeerwachter verwijst ons naar achteraan op het terrein, waar meer campers staan Er zijn geen voorzieningen maar het is gratis. ’Zaterdag ’s nachts wel wat lawaaiig. Voordeel: het terrein ligt bij de voet van de muur om de stad. 
We hebben 334 kilometer gereden. 


Toledo

Vier weken geleden wilden we Toledo al bezoeken maar zagen er toen vanaf vanwege de regen. Bovendien zou op maandag de kathedraal dicht zijn. Dat laatste is niet het geval; wel op zondagmorgen. 

De hoog gelegen stad lonkt met een prachtig profiel, dat wordt gedomineerd door (alweer) een Alcazar.
Het Alcazar torent hoog boven de stadsmuur van Toledo uit


We komen vanaf het parkeerterrein gemakkelijk in het oude centrum via en korte wandeling langs het busstation en vervolgens bij de stadsmuur met een stelsel van roltrappen omhoog. 

Wat overdreven gesteld herbergt Toledo in bijna iedere straat wel een kerk of museum. De stad is wat dat betreft één groot openluchtmuseum. Met een armbandje voor 9 euro kun je van al die kerken er zeven bezoeken. Dat laten we aan ons voorbij gaan. 

Ook het Alcazar, tegenwoordig een wapenmuseum, slaan we over.

We slenteren deze zondagmiddag door de gezellige keienstraatjes en steegjes, die deels nog versierd zijn vanwege de processie Corpus Christi, die kort daarvoor heeft plaats gevonden. 






Op de donderdag van de negende week na Pasen wordt een grote processie gehouden. Hoogtepunt is het meedragen van de enorme gouden monstrans uit de kathedraal. Volgens de verhalen werd voor het maken ervan het eerste goud dat uit Zuid-Amerika kwam gebruikt. 

Kathedraal

De kathedraal slaan we natuurlijk niet over. Het is een enorme kerk met een prachtig altaar, vol gekleurde beelden, die taferelen uit de Bijbel weergeven. Ook zijn er schitterende bewerkte houten koorbanken. In de sacristie hangen schilderijen van El Greco en Goya en in de schatkamer van de kerk staat dus onder andere die 180 kilo zware en 3 meter hoge monstrans. Kortom, er is veel te zien in de kathedraal en de bezienswaardigheden worden op een plezierige manier via een audio-guide toegelicht. 

Koorbanken


Schilderij van El Greco

Koepelgewelf


Toledo is niet zo groot en al slenterend nemen we ook nog een kijkje in het klooster Monasterio de San Juan de los Reyes met een heel mooie kloostergang. 





De Mezquita, een kleine vroegere moskee,is aan de buitenkant wel bijzonder om te zien maar valt binnen toch een beetje tegen na al het moois wat we al gezien hebben. 





We sluiten het bezoek aan Toledo af met een biertje op het hoog gelegen terras nabij de roltrap. Maar niet voordat we in de stad nog een doosje verse marsepein hebben gekocht, Dat lekkers wordt in diverse bakkerijen en kloosters gemaakt, waarbij de amandelen duidelijk niet zijn gespaard..