Van Natchez via plantages naar New Orleans

Gezwijmeld bij Gone with the Wind? En destijds genoten van de (vorig jaar herhaalde) serie Noord en Zuid? In Natchez en ver naar het zuiden langs de Mississippi in Louisiana getuigen fraaie huizen en plantages van de welvaart van de katoenhandelaren en suikerrietplanters voor de Burgeroorlog. Aan de achterkant van deze zuidelijke aristocratie en rijkdom ligt het erbarmelijke bestaan van de slaven. Met de Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij (1866) veranderde hier veel. En soms ook niet. 


30 oktober, maandag 


Natchez, stad van miljonairs

Natchez is een van de oudste nederzettingen langs de Mississippi. Het werd ooit gesticht door Franse kolonisten en was later de hoofdstad van de staat Mississippi. Half de 19e eeuw werd de stad de plaats, waar rijke handelaren in katoen en suikerriet en planters zich vestigden; de helft van de miljonairs in de Verenigde Staten woonde hier! 

De uitgestrekte katoenplantages lagen vaak aan de overkant van de rivier in Louisiana maar de families bouwden en betrokken prachtige huizen in Natchez. Heden ten dage zijn er in het oude stadshart en in de omgeving nog vele te vinden. Op advies van het bezoekerscentrum bezoeken we er drie: Rosalie, Stanton Hall en het achtkantige Longwood. Wij vonden de bezoeken aan de eerste twee het leukst en meest interessant. Alle drie de huizen kun je alleen bezoeken met een rondleiding.


Stanton Hall

In Stanton Hall komt de serie Noord en Zuid letterlijk tot leven. Het interieur van het huis fungeerde als het interieur van de plantage van de zuidelijke familie Maine. 


Het huis werd in de jaren vijftig van de 19e eeuw gebouwd voor de rijke plantage-eigenaar Fredrick Stanton. Het beslaat een compleet blok en ziet er niet alleen van buiten imposant uit maar is ook van binnen prachtig gemeubileerd. Stanton keek dan ook niet op een dubbeltje en liet marmeren schoonsteenmantels aanrukken uit New York, uitbundige gaslampen maken in Philadelphia en enorme spiegels uit Frankrijk over komen. Helaas mag je er niet fotograferen.


foto: © Elodie Pritchartt shantybellum.blogspot.mx 
De bouwer heeft er maar kort van kunnen genieten; kort nadat het huis klaar was overleed hij. Zijn familie heeft er nog tot 1894 gewoond. In 1938 hebben rijke dames (of hun echtgenoten) van de Pelgrimage Garden Club het huis gekocht en sindsdien herstellen ze het in zijn oude glorie. 


Villa Rosalie

Van een soortgelijke grandeur is het huis Rosalie. Dit huis is gebouwd in 1820 en werd in 1857 gekocht door de familie Wilson. Hun nazaten hebben er 100 jaar, tot 1958,  gewoond. 


Vermeldenswaard is dat het huis tijdens de Burgeroorlog het hoofdkwartier werd van het Union-leger dat Natchez bezette. Prettig vond de familie dat natuurlijk niet maar de pil werd wel enigszins verguld doordat de generaal zich als heer opstelde en het huis en het kostbare meubilair respecteerde en beschermde. Die generaal zat met zijn staf in het voorste deel van het huis; de familie woonde in het achterste deel. Het verhaal gaat dat mevrouw Wilson – toch een overtuigd Confederaliste – zelfs vriendschap sloot met de vrouw van de generaal. 

Omdat de stad zich zonder verzet had overgegeven gelastte deze generaal Gresham zijn soldaten niets te vernietigen. Dat verklaart waarom de huizen in Natchez grotendeels ongeschonden uit die oorlog zijn gekomen, terwijl de katoenvelden aan de overzijde van de rivier in Louisiana vaak zijn plat gebrand. 


Longwood

Het derde huis in onze tour is Longwood. Dit huis is voor architecten zeker interessant; het is het grootste achtkantige huis in Amerika. De buitenkant ziet er prachtig en indrukwekkend uit maar binnen is het huis als gevolg van de Burgeroorlog nooit afgebouwd. 



Alleen de benedenverdieping was door de eigenaar voor de oorlog bewoonbaar gemaakt. Maar doordat hij overleed en de familie in armoede was vervallen door het verlies van de plantages, is het bij die ene verdieping gebleven. 


Slaven

Voor alle huizen geldt, dat de keuken er buiten ligt. Dit om brand in het huis te voorkomen. Om zo’n huis te kunnen bewonen waren veel handen nodig. Oorspronkelijk waren dit dus slaven, zo rond de 25 mensen. Na de afschaffing van de slavernij bleven velen er werken, nu als vrije mensen. Dat laatste was trouwens relatief. Vrije slaven kregen vaak een contract, waarin ze als tegenprestatie voor hun arbeid onderdak, eten en kleding kregen maar geen of nauwelijks salaris. Veel veranderde er dus niet voor hen, al waren ze wel vrij om – vaak onder soortgelijke condities – elders te werken.


Bezoeken van de drie huizen kost tijd. Rosalie geeft rondleidingen op het hele uur; de andere twee ieder half uur. Zo’n rondleiding duurt ongeveer drie kwartier. Met het lopen en rijden naar de huizen en het wachten tot het tijdstip van de rondleidingen zijn we bij elkaar ruim 4,5 uur zoet. 


Sint Francisville

Zo’n 60 mijl ten zuiden van Natchez bezoeken we nog het historische hart van het plaatsje Sint Francisville. Ook hier staan diverse oude huizen, maar meestal daterend van na de Burgeroorlog. 


In de omgeving zijn ook diverse plantages te bezoeken maar wij richten ons op de zuidelijker gelegen suikerrietplantages. 


Overnacht: Camping Peaceful Pines RV Park, 11907 Highway 965, een paar mijl ten zuiden van Sint Francisville. Een kleine camping met veel vaste plaatsen. We hebben er het laatste (kleine) vrije plekje. We betalen $34. 

Plantages langs de Mississippi

31 oktober dinsdag 

Aan de Mississippi tussen Baton Rouge en New Orleans staan aan weerszijden van de rivier de oude plantagehuizen, die herinneren aan de vervlogen tijden van voor de Burgeroorlog. Maar liefst 400 suikerplantages lagen er destijds in de streek maar die hadden niet allemaal zo’n prachtig woonhuis 

We rijden er een aantal af langs Louisiana’s Riverroad. 


Nottoway Plantation

We stoppen als eerste bij Nottoway Plantation (31025 Hwy 1, White Castle). Het spierwitte huis met de prachtige halfronde uitbouw is het grootste nog bestaande landhuis van voor de Burgeroorlog. Toen het klaar was werd het heel toepasselijk de White Castle genoemd. Het huis ligt in een parkachtige tuin en is te bezichtigen, hoewel het tegenwoordig in gebruik is als hotel. Wij houden het bij foto’s maken van de buitenkant. 



Vanaf het huis kun je gemakkelijk de weg pal langs de rivier volgen, al moet je voor zicht op het water wel uitstappen en de dijk op wandelen. 

Gezicht op de Mississippi. Vroeger hadden de plantagehuizen zicht op de rivier; tegenwoordig ligt er een dijk. 

Als je bij weg 70 via de brug de rivier oversteekt, kun je een stukje stroomopwaarts Houma House Plantation (40136 Hwy 942, Darrow) bewonderen. Dit huis hoorde bij wat eens de grootste suikerrietplantage van Amerika was. 

Wij hebben dit niet gedaan en zijn verder gereden over weg 18. 


Oak Alley Plantation

Bij Oak Alley Plantation (3645 Hwy 18, Vacherie) houden we een fotostop. Deze plantage geeft wel het ultieme beeld wat je van een plantage kunt hebben. Langs een dubbele rij majestueuze eiken gaat men hier uiteindelijk naar het plantagehuis. 

Overigens stonden die eiken er al meer dan 100 jaar toen ene Jacques Roman, een rijke Creoolse suikerrietplanter, in 1839 met de bouw van het huis zijn jonge bruid wilde overhalen om haar stadsleven in New Orleans op te geven in ruil voor het leven met hem op de plantage. Kortom, romantiek ten top en je kunt er je zo de ‘Southern Belles’ voorstellen. De plantage wordt druk bezocht door toeristen maar wij kiezen voor de een paar mijl verder gelegen Laura plantage.


Laura Plantage

Laura Plantage (2247, Hwy 18, Vacherie) is een Creoolse plantage en Creools wil hier in Louisiana zeggen, dat je hier bent geboren maar afstamt van de Franse of Spaanse kolonisten (of afstamt van de Afrikaanse slaven, dan wel van de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking en in Louisiana bent geboren), de Franse taal spreekt en katholiek bent. 

De Creoolse plantagehuizen zijn kleurrijk; dit in tegenstelling tot de witte huizen van de Engels sprekende Amerikanen van Engelse of Ierse afkomst. Ook Laura is een kleurig huis en ook veel ingetogener dan de grote huizen die we tot dusverre hebben gezien. 

In een anderhalf uur durende rondleiding vertelt de jonge, goed ingevoerde, gids over het leven van de familie, die hier anderhalve eeuw lang woonde en eigenlijk nauwelijks mengde met de Engels sprekende Amerikanen. De plantage werd heel lang gerund door vrouwen (eerst de weduwe van de planter, later haar dochter). Vier generaties leefden met elkaar maar erg gezellig en hartelijk was het allemaal niet. 

Het huis zelf is  gebouwd op aanwijzingen van een slaaf uit Senegal, die een bouwwijze toepaste uit zijn thuisland. 

In het huis woonden gezinnen van diverse familieleden bij elkaar, daarbij verzorgd door zo’n twintig huisslaven. Onder hen overigens kinderen, die verwekt waren door een van de zonen bij een zeer jonge slavin! 

200 slaven

In de rondleiding wordt ook veel aandacht gegeven aan het leven van de bijna 200 slaven, die buiten op de velden met suikerriet moesten werken. Vaak werden zij door het zware werk in de brandende zon niet ouder dan 35 tot 40 jaar. Dit in schrille tegenstelling tot de bewoners van het huis, die gemakkelijk 80 jaar of ouder werden. Ook de huisslaven – vaak uitgezocht op hun uiterlijk – werden wel ouder. We zien ook de slavenhutten, die vroeger vaak ver weg in het veld stonden en waar twee families met ieder soms wel zes kinderen in woonden. 
slavenhuisjes
Suikerriet

Het meest droevig vinden we eigenlijk nog dat er na de formele afschaffing van de slavernij voor velen van hen nauwelijks iets veranderde, omdat ze feitelijk nergens anders heen konden. We zijn er stil van. 


San Francisco Plantage

Bij weg 3213 steken we weer de rivier over en kijken we bij de kleurrijke San Francisco Plantation. We hebben helaas geen tijd meer voor een bezoek. Wel maken we foto’s van dit huis, dat wel een beetje lijkt op een ouderwetse Mississippi stoomboot. Overigens heeft de naam niets te maken met de stad maar is het een verbastering van sans frusquin, oftewel zonder franken. Dat wil zeggen, de Franse bouwer lette niet op de kosten toen hij dit optrekje liet neerzetten. 



Na deze fotostop rijden we naar de camping in New Orleans. 


Overnacht: Twee nachten bij Jude Travel Park, 7400 Chef Menteur Hwy, New Orleans (aan de noord-oostkant van de stad). We hebben deze camping gevonden uit het verslag van Michelly en dat van Rob. We betalen $30 voor full-hook-up. Er zijn wasmachines en er is gratis wifi.De eigenaresse van de camping verzorgt een shuttle naar het centrum. 0m 8.30 uur, 10.00 uur, 14.00 uur, 17.00 uur en 21.00 uur brengt en haalt zij bezoekers van de camping met een minivan naar en van vlakbij de French Market. De rit duurt 15 tot 20 minuten en kost $5 per persoon per rit. 

New Orleans

1 november woensdag

 ‘Amerika kent maar drie steden: New York, San Francisco en New Orleans, de rest is Cleveland’, zo lezen we op een T-shirt in New Orleans. Dat is misschien wat overdreven maar levendig zijn ze alle drie zeker. 




 Dankzij de shuttlebus vanaf de camping lopen we nog voor half elf door het French Quarter, de bekendste wijk van New Orleans. We slenteren er door de straten met de bars, cafés, restaurants en winkeltjes. We bewonderen de voor de wijk typerende gietijzeren galerijen, luisteren er naar de muziek, die er zelfs op dit vroege uur al klinkt.

Café Beignet in Bourbon Street

Vanzelfsprekend wandelen we door Bourbonstreet met zijn muziekcafés maar leuker vinden we nog Royal street met zijn vele antiekwinkels, galerieën en winkels met sieraden. Natuurlijk doen we Jacqson Square aan met de St. Louis kathedraal en lopen we naar de French Market.


We drinken koffie in Cafe Beignet in Bourbon Street en wagen ons tijdens lunchtijd aan plaatselijke specialiteiten op de markt. 

We wandelen naar de rivier en zien hoe een traditionele stoom/radarboot juist voorbij vaart. We lopen daarna door het Outletcentrum River Walk en laten later de drukte van Canalstreet met zijn streetcars en palmenrijen op ons afkomen. 





Onderweg naar Coops Place in Decatur Street voor een Cajun avondmaaltijd komen we zomaar op straat enthousiaste bandjes tegen die de sterren van de hemel spelen. 

Kortom, we laten met genoegen een dag lang de vrolijke Creoolse sfeer van New Orleans op ons afkomen. Na een telefoontje haalt de aardige campinghoudster ons in de avond weer op. Na deze ene dag vinden we het ook wel genoeg. We weten dat er in het Garden district zeer fraaie huizen staan, die rijke kooplieden en plantagehouders halverwege de 19e eeuw lieten bouwen. Omdat we dergelijke huizen deze reis ook al in Natchez hebben gezien, slaan we ze in New Orleans over. Alleen het Degashuis in Esplenade hadden we nog wel willen bezoeken maar daar ontbrak uiteindelijk de tijd voor. 


Tip: Wij zijn niet zo ver doorgelopen maar als je vanaf het afzetpunt 1,5 mijl (ca. 30 minuten) Esplenadestreet (een rustige straat met mooie, kleurige huizen) afloopt, kun je het huis van de Franse schilder Edgar Degas bezoeken.  Hij maakte er tijdens zijn logeerpartij in New Orleans maar liefst 18 schilderijen.

Rond New Orleans zijn verder diverse swamptours mogelijk maar ook die deden we eerder. We gaan richting Alabama en Florida.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen