Met de camper in Noord-Ierland

Dag 21, 22, 23                             20, 21, 22 juni 


 “Keep the sunnyside of Life”. Dat zingen en spelen de muzikanten in de pub van het Bushmill Hotel in Bushmills en wij zingen het volmondig mee. We kennen deze lokale muzikanten, want vorig jaar hoorden en zagen wij hen ook in deze pub spelen. Dat ze er nu op deze dinsdagavond ook zijn, is een gelukkig toeval, want eigenlijk spelen ze – vijf oudere mannen en één vrouw – alleen op zaterdagavond hier. Het maakt onze dag langs de Causeway Coast compleet. 

Deze eerste dag met de camper in Noord-Ierland voert ons vanaf onze overnachtingsplaats in Glenarm net als vorig jaar langs de Antrium Kust, een prachtige weg, vlak langs zee. 




Cushendun

We stoppen deze keer in Cushendun, een plaatsje, dat onder bescherming staat van de National Trust en enkele karakteristieke Ierse cottages telt. Daar zien we niet eens zo veel bijzonders aan maar het ligt in ieder geval heel schilderachtig aan een baai! 





Touwbrug

Waar we vorig jaar in de miezerregen de oversteek over de Carrick-a-Rede touwbrug aan ons voorbij hebben laten gaan, lopen we nu toch over de maar een beetje wiebelende brug naar het rotseilandje. 




Al meer dan 350 jaar hebben vissers een touwbrug gespannen tussen het vaste land en het eilandje om zo de beste mogelijkheden te hebben om trekkende zalmen te vangen. De brug ligt 30 meter boven zee en is inmiddels natuurlijk goed beveiligd. Vanaf het eilandje heb je een prachtig zicht op zee, op Rathlin Eiland en in de verte op Schotland. We genieten ervan. 


Giant's Causeway

Nu het zulk mooi weer is doen we ook ons bezoek aan Giant’s Causeway nog eens dunnetjes over. Eerlijkheidshalve helpt het ook wel, dat we dit jaar lid zijn van de National Trust en daardoor gratis toegang hebben. 





Het informatiecentrum alleen is al een bezoek waard maar het gaat natuurlijk om de hoekige basalten blokken – sommige meters hoog – die hier miljoenen jaren geleden door de natuur zijn gevormd. Het gebied is UNESCO Wereld Erfgoed en heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Zo vertellen oude Ierse mythes dat het gebied is ontstaan door toedoen van een machtige reus, Finn Mc Cool genaamd. Ook hier lopen we met plezier een tijdje rond.

Overnacht:

Gratis op de Park en Ride in Bushmills. Campercontact no. 49830. Er zijn openbare toiletten maar verder geen voorzieningen. De bar van het Bushmill Hotel ligt aan de overkant van de straat.. 

De volgende dag rijden we verder langs de Coastal Causeway. De ruïne van het Dunluce Castle slaan we nu over. 

Wel stoppen we en stuk verder bij Castlerock. Daar zijn twee bezienswaardigheden van de National Trust. 


Hazlett House, Downhill Demesne en Mussenden Temple

Bij het eerste, Hezlett House, zijn we vrij snel klaar. Natuurlijk is het leuk om te weten, dat dit cottage, annex boerderij meer dan 300 jaar door dezelfde familie is bewoond. En we hebben ons weer verbaasd over de kleine ruimtes, waarin een heel gezin woonde, inclusief bedienden.


Maar dat het gebouw onder bescherming staat van de National Trust om de bijzondere bouwwijze, waarbij het dak niet op de muren steunt maar op doorlopende balken, lijkt vooral voer voor architecten. 


Downhill Demesne

Nauwelijks een kilometer verderop staat aan de Mussenden Road de ruïne van Downhill Demesne, eens het zeer royale onderkomen van een zekere Frederick Harvey, die eind 18e eeuw niet alleen graaf van Bristol was maar ook bisschop van Derry. Hij stond bekend als excentriek en hield van huizen bouwen. Op een prachtige plek vlak aan zee liet bij een groot landhuis met diverse bijgebouwen bouwen. 
Wat er over is van Downhill Demesne

Het huis werd in de Tweede Wereldoorlog nog gebruikt door de RAF en daarna verlaten. Inmiddels is het niet meer dan een ruïne. De National Trust heeft voor mooie graspaden gezorgd en daarlangs maken we een leuke wandeling over het uitgestrekte voormalige landgoed. 


Mussenden Temple

Het meest in het oog springend is de zogenoemde Mussenden Temple, ooit gebouwd als zomerbibliotheek voor de Graaf/Bisschop.


Mussenden Temple valt nog net niet in zee

Het schijnt dat je er vroeger met paard-en-wagen omheen kon rijden. De elementen hebben echter in de loop der jaren zoveel grond weggeslagen, dat het nu echt op het randje van de klif zeer fotogeniek staat te wezen. Al met al brengen we hier gemakkelijk een paar uur zoet. 

Daarna is het niet ver meer naar Derry (Londonderry). We houden een vroege stop op de camping daar vlakbij om de was te doen. 

Overnacht:

Elaghvale Camping Park, 49 Upper Galliagh Rd, Derry BT48 8LW. Mooi uitzicht, verharde plaatsen met klein stukje gras. Net toiletgebouw. Er is een wasmachine.


Derry 

Noem de stad Londonderry in Noord-Ierland voor Ieren niet zo; voor hen heet de stad vanzelfsprekend Derry.  We rijden er vanaf de camping Elaghvale Camping Park in korte tijd naar toe. 

Derry ligt nog net in Noord-Ierland. Grappig genoeg loopt de grens tussen Noord-Ierland en Ierland gedeeltelijk vlak langs de camping. De heg is de grens, zo wijst de campingeigenaar ons aan. 
De heg bij de camping is de grens tussen Ulster (Noord-Ierland) en de Republiek Ierland

Parkeren is in de stad met een camper een lastige zaak. De parkeerplaatsen langs de oever van de Foyle hebben allemaal een hoogtebarrier. Op aanraden van mede-camperaars parkeren we bij de supermarkt Sainsbury’s. Daar mag je officieel twee uur staan maar wij staan er zonder commentaar ongeveer drie uur. Hiervandaan lopen we in twintig minuten naar de stad. 
Een andere mede-camperaar adviseerde de parkeerplaats bovenaan Browning Drive, op de andere oever. Je loopt dan over de Peace Bridge zo de stad in. Overdag bleek deze parking vol. De mede-camperaar had er wel rustig overnacht.  

Derry is de enige Ierse stad met nog een intacte stadsmuur.


Deel van de stadsmuur van Derry


Bij verschillende poorten kun je op die muur komen en we lopen hem een eindje af. 
Stadhuis van Derry

Vanaf de muur heb je ook het mooiste zicht op de Guildhall, het stadhuis. Dit gebouw is openbaar toegankelijk en we zien er een kleine tentoonstelling over hoe Engeland al in de 17e eeuw een soort Engelse nederzettingen stichtte in Ierland. Het helpt wel om de complexe geschiedenis van dit land en de strijd tussen protestantse Engelsen en katholieke Ieren te leren begrijpen. 


Muurschilderingen

Net als Belfast kent ook Derry muurschilderingen.  We vinden de indrukwekkende schilderingen in  Rossville Street. Ze verhalen van de ‘Troubles’ van eind vorige eeuw. De vrede is al zo’n 20 jaar getekend maar recente opschriften maken wel duidelijk, dat de Engelsen in deze pro-Ierse wijk niet geliefd zijn. We zijn er stil van. Van de stad Derry zijn we niet zo onder de indruk maar deze muurschilderingen vinden we niet alleen indrukwekkend maar geven weer wat meer begrip voor de diepgewortelde verschilllen tussen de Engels-gezinde en Iers-gezinde mensen in deze stad en in heel Noord-Ierland.
17 (veelal jonge) mensen zijn omgekomen tijdens Bloody Sunday


Bernadette Devlin, republikeinse en rooms-katholieke parlementariër en vrijheidsstrijdster



Dit bezoek aan Derry betekent meteen ons laatste verblijf in Noord-Ierland. Hiervandaan gaan we naar het meest noordelijke punt van Ierland: Malin Head en dat ligt op het schiereiland Inishowen in de Republiek Ierland. De grens is overigens (nog) niet gemarkeerd. We rijden zo met de camper de Republiek binnen en kunnen dan weer met Euro’s betalen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen