> Search results for "Ierland" Slakken op reis

Met de camper naar Ierland


In augustus 2016 gaan we met de camper naar Ierland. We waren eerder meermalen in Dublin en in 2007 reisden met onze caravan door Ierland. Toen zagen we vooral het midden en het zuiden van het land, nu doen we ook het Noorden aan en rijden we een flink stuk van de Wild Atlantic Way, langs de kust van de Atlantische Oceaan. 



Naar Ierland ga je niet voor het mooie weer. Het land wordt vaak als eerste aangedaan door de depressies, die van de oceaan komen. We weten het dan ook: het kan er koud en nat zijn. "Vier seizoenen op een dag", noemde onze zoon het, die er jarenlang woonde. We kennen het land verder van het droevige en bijna van vocht doortrokken boek van Frank McCourt De As van mijn Moeder. Uiteindelijk hebben wij maar drie dagen met veel regen gehad. Daarnaast zeker zeven of acht dagen mooi zonnig weer. De rest van de dagen was het steeds afwisselend zonnig en bewolkt met af en toe een drizzle-bui. 

We komen in Ierland door met de PenO-ferry van Rotterdam naar Hull te varen, vervolgens zo;n 450 kilometer te rijden naar Cairnryan in Schotland en daarvandaan over te varen naar Larne in Noord-Ierland. Zo gaan we over twee zeeën naar Ierland.

Onze route voert ons en de camper vervolgens via Belfast langs de Causeway Coastal Route langs de kust van Noord-Ierland. In Donegal pakken we de Wild Atlantic Way op en rijden we met de camper door de ruige counties van Donegal en Connemara. Later komen we langs de Cliffs of Moher en rijden we in het zuiden over het Schiereiland Dingle en vanuit Killarney over de beroemde Ring of Kerry. 

Daarna verlaten we de Wild Atlantic Way. We gaan oostwaarts naar emigratiehaven Cobh (Quenstown) en genieten we van een stukje groene zuidkust en het middeleeuwse Kilkenny. We beëindigen  onze campertocht door Ierland met een rit door de Wicklow Mountains. 

Via Dublin varen we tenslotte de Ierse Zee over naar Holyhead. Zo’n 350 kilometer oostelijker stappen we in Hull weer op de boot naar Rotterdam. 


We zijn in totaal 27 dagen uit en thuis en hebben in die tijd 3536 kilometer afgelegd. We zagen een grillige kustlijn met soms duizelingwekkend hoge kliffen, lieflijke baaien, stille dorpjes, kastelen en tuinen. We reden over soms smalle wegen door een prachtig land, groen, woest soms, ongerept nog op verschillende plaatsen en hebben genoten van de muzikale avonden in pubs. 

Veel inspiratie hebben we opgedaan uit de sites: www.ditisierland.nl en 
www.ireland.com/nl-nl

Overnachtingsplekken vonden we via www.campercontact.com/nl en de Reisverhalen van Gea en Wim: www.reisverhaleneuropa.nl/ 
Ook zijn we lid geworden van www.safenightsireland.com/, een site met adressen waar we voor 10 euro per nacht met de camper kunnen overnachten. Uiteindelijk hebben we die site niet gebruikt; het systeem dat je eerst moet bellen naar een overnachtingsadres vinden we te ingewikkeld. 
Voor het vinden van campings was het gratis boekje Caravan Camping & Motorhome Guide van wwwcampingireland.ie  heel  handig. Er staan circa 90 campings in. 


In 2017 heeft een Ierse mede-camperaar ons geattendeerd op de app van motorhome parking ireland. Deze app kost 6 euro en laat dan op een kaart zo'n 600 overnachtingsplekken zien. We vonden het dat jaar een heel handige app.  

Verder hebben we veel plezier gehad van onze Collins-wegenatlas. We hebben ons voornamelijk gericht op de gele R-wegen in die atlas. Die waren goed berijdbaar met onze 2.35 meter brede camper. Witte weggetjes zijn soms nauwelijks smaller maar soms ook niet meer dan een karrenspoor. Wij hebben ze niet veel gereden.

De gereden route staat aangegeven op de vier kaartjes hieronder. De afzonderlijke stukken reisverslag staan bij de kaartjes aangegeven maar zijn ook te vinden in het groene uitklapmenu rechts. Doorscrollend naar beneden is ook het hele reisverslag achter elkaar te vinden. 


Van Belfast via Donegal tot Sligo

Belfast

Causeway-coastal-route

Donegal en Sligo



Van Sligo via Wild Atlantic Way naar Galway

Door Mayo en Connemara via Achill-eiland nar Galway

Van Galway via Doolin en Dinble naar Killarney

De Burren, Kliffen van Moher en Aran-eiland

Schiereiland Dingle-en-Muckross-House bij Killarney

Van Killarney de Ring of Kerry. Vervolgens naar Cobh, Kilkenny en de Wicklow Mountains naar Dublin

Ring of Kerry

Cobh, Coppercoast en Kilkenny

Wicklow Mountains en Howth


N.B. Een jaar later heeft Peter van het Hurktoilet deze reis in grote lijnen gemaakt maar andersom. Hij geeft in zijn korte verslag  op het Camperforum ook een heleboel camperplaatsen.

N.B. 2  In 2017 zijn we weer in Ierland geweest. Dat verslag staat op: Met de camper door Ierland 2017

N.B. 3  Delen van beide verslagen omvatten de hele Wild Atlantic Way 



Over twee zeeën naar Ierland

Er zijn verschillende manier om met de camper in Ierland te komen. De meest voor de hand liggende route voor Noord-Ierland lijkt met de boot van IJmuiden naar Newcastle, door Noord-Engeland naar Cairnryan in Schotland rijden en daarvandaan de Ierse Zee oversteken naar Larne of Belfast. De boot naar Newcastle is op onze vertrekdatum echter helaas uitverkocht. We kiezen daarom voor de overtocht van Rotterdam-Europoort naar Hull. 

Weliswaar moeten we dan wat verder rijden in Engeland maar Rotterdam is voor ons als vertrekpunt wel lekker dichtbij en daarmee een ontspannen begin van de reis. 


Dag 1 en 2      9 en 10 augustus 

We schepen dinsdagavond in op de Pride of Hull en staan op het onderste dek met onze kleine camper als dwerg tussen de reusachtige vrachtauto’s. 



We kennen deze route en vinden het altijd een feestje: er is een buffetmaaltijd, een gezellige lounge met comfortabele zitjes en live-entertainment. Je kunt taxfree winkelen, gokken of naar de bioscoop. Kortom, de avond is zo om. Terwijl wij in onze hut lekker slapen, vaart het schip zoetjes maar gestaag door en loopt rond 7 uur al de haven van Hull binnen. 

De volgende morgen moeten we daarom vroeg op (6 uur lokale tijd) en ontbijten. Maar om half 8 rijden we al in Hull van boord en hebben we dus ruim tijd om de 450 kilometer naar Cairnryan in Schotland te overbruggen. TomTom rekent daarvoor 5 uur en een kwartier rijtijd en dat klopt goed. 

De route schiet het eerste stuk via de M63 en de A1(M) flink op. Vanaf Scotch Corner wordt dat anders. We volgen dan westwaarts tot Penrith de A66 en dat is deels een vierbaansweg, deels een ouderwetse Engelse tweebaansweg. Het gaat minder snel maar het is wel het mooiste deel van de route. Engeland lijkt hier een landschapspark met zijn oude boerderijen, muurtjes van gestapelde stenen, kuddes schapen en de uitgestrektheid van de uitlopers van de Yorkshire Dales. Met spijt in het hart moeten we vanwege de tijd dit Nationale Park nu links laten liggen maar we weten hoe zeer het de moeite waard is hier rond te rijden of – beter nog – te wandelen. 

Van Penrith gaat het via de M6 naar Gretna Green. Dit Schotse stadje, waar trouwlustige paartjes vroeger in de smederij konden trouwen, slaan we dit jaar over. We waren er eerder in 2012 tijdens  onze reis door Schotland per camper toen. 
In een rustig gangetje rijden we nu westwaarts door Zuid-Schotland over de tweebaansweg A75.

Ruim op tijd zijn we in Cairnryan en daar brengt de volgende – veel eenvoudiger - boot ons om half 5 in twee uur varen naar Larne.



Wachten voor de ferry naar Larne

Na een klein uurtje rijden zijn we daarna in Belfast, waar we op camping Dundonald bij de Icebowl in het Oosten van de stad voor de komende nachten een plekje hebben. 

Tip: Wil je niet naar Belfast, dan kun je ook vlak bij Larne overnachten. Riet-Roze de Booij gaf de volgende overnachtingsplaats aan: 


Bijschrift toevoegen
De Roundtower in Larne.  Deze staat langs de waterkant (Boulevard). Als je van de boot komt ga je naar Curren Road, waar ook een goeie camping is, kost 19 pond. Dan Bay Road richting zee. Daar zie je de tower. Die rijd je voorbij en vervolgens loopt de straat dood: Caine Memorial Road, GPS. N54,8509927 E 05,7971204. De tower staat ook met bordjes aangegeven. De plaats is rechts op de foto, een stukje verder. Het is geen officiële camperplaats; je staat gewoon langs de kant van de weg. 
foto van Riet-Roze de Booij

Overnacht: Camping Dundonald, Old Dundonald Road 111 in Belfast. Melden bij de receptie van de Icebowl. www.campercontact.com/nl/no. 14634

GPS: N 54.58901,  W 5.81727 


Gereden: Vanaf huis 546 kilometer Weer: In Engeland droog, zonnig en licht bewolkt, in Schotland zwaar bewolkt en regen, in Ierland bewolkt en droog.

Belfast

Met de camper in Belfast

In Belfasts verleden vallen twee dingen op: de scheepsbouw, met als hoogtepunt de bouw van de Ttitanic en van recenter datum de onlusten tussen Protestanten en Katholieken en tussen mensen die bij Groot-Britannië willen blijven horen en de groep, die het liefst aansluiting bij de Republiek Ierland ziet. In beide zaken hebben we ons op een bescheiden manier verdiept tijdens de twee dagen dat we met de camper in Belfast zijn. 


Dag 3 en 4       11 en 12 augustus 

Titanic Experience 

De Titanic is – samen met haar zusterschepen Olympic en Brittanic – gebouwd op de werf Harland en Wolff, destijds de grootste werkgever in Belfast. Maar liefst 15.000 mensen werkten daar en het geluid van hun hamers, die op heet staal beukten of klinknagels in een scheepshuid sloegen, hing doorlopend als een deken van bedrijvigheid over de stad. Het bedrijf Harland en Wolff bestaat weliswaar nog steeds, maar houdt zich met zijn huidige 600 werknemers vooral bezig met offshore. Zijn twee grote gele kranen domineren nog wel het havengebied. Op het enorme leegstaande werfterrein is enige jaren geleden de Titanic Experience verrezen, Belfasts huidige trots en publiekstrekker. 

Het is er dan ook heel druk en we zijn een dikke halve dag zoet met dit bezoek. Het is een half uur lopen vanaf het stadhuis (ook het eindpunt van onze bus) langs de waterkant. We passeren de Alberts Toren en een grote uit keramieken tegels opgetrokken vis en steken een voetgangersbrug over. 

Drie scheeps-stevens

De Titanic Experience is daarna niet mis te kijken: een enorm gebouw, dat lijkt te bestaan uit drie scheeps-stevens, bekleed met glanzend aluminium. Je kunt er ook een ijsberg in zien, zo horen we later en van bovenaf heeft het gebouw de vorm van de witte ster van de White Star Line, de rederij van de Titanic. Buiten het gebouw, op de oude scheepshelling, is met lijnen het bovendek van het enorme schip uitgezet. De bankjes rond het gebouw tonen in morse de noodoproepen van het schip: CQD. 




Discoverytour

We horen het allemaal tijdens de Discoverytour maar eigenlijk vinden we die wandeling te lang en te saai. Dat we van het ratelende Ierse dialect van de rondleider nog niet de helft verstaan, helpt ook niet echt. We hadden ons beter kunnen concentreren op het bezoek van de tentoonstelling zelf. 

Tentoonstelling en belevenis

Verdeeld over de verschillende verdiepingen wordt in een doorlopende rondgang het verhaal verteld van de industrie in Belfast, beleef je in beeld en geluid de bouw van het enorme schip, ben je betrokken bij de tewaterlating en krijg je een kijkje in de hutten. Daarna gaat het – heel precies, van uur tot uur bijna – over de eerste reis van het onzinkbaar geachte schip. 


Aan de digitale railing


We staan heel realistisch op zee aan de railing en ontmoeten in 3D de steward. Daarna wordt van minuut tot minuut het zinken van het schip in woord en beeld gebracht, de redding van een aantal mensen, de krantenkoppen en daarna de onderzoekscommissies. Tenslotte komen nog de films en boeken van en over de Titanic langs en het zoeken naar het wrak. 


Interessant maar intensief

Het geheel is zeker interessant maar ook veel en intensief, temeer omdat je – net als bij een bezoek aan Ikea – eigenlijk gedwongen bent om de hele Experience mee te maken. Een stukje afsteken is er nauwelijks bij. 

Met je toegangsbewijs kun je ook nog een kijkje nemen in de Nomadic, het tenderschip, waarmee passagiers in Cherbourg naar de schepen van de White Star werden gebracht.


Muurschilderingen 

De volgende dag staat in het teken van de vele muurschilderingen, die in Belfast zijn te vinden en die vooral over de ‘Troubles’ gaan. Je kunt met een taxi-tour mee maar gezien onze ervaringen met het voor ons nauwelijks verstaanbare Iers, gaan we zelf met de bus naar Falls Road in het katholieke deel en later naar Shankall Road in het Protestante deel. Tussen beide stadsdelen ligt op vele plaatsen de metershoge Vredesmuur, die de wijken gescheiden houdt. Je kunt weliswaar op sommige plaatsen doorsteken van de ene naar de andere wijk maar de bewoners zelf schijnen daar nauwelijks behoefte aan te hebben. 




Ierse vlaggen

Vredesmuur scheidt de katholieke en de protestantse wijk

Britse vlaggen in het protestantse deel



We komen langs indrukwekkende schilderingen, die in het katholieke deel vaak gaan over de hongerstakers en in het protestantse deel over de burgers, die omkwamen bij aanslagen door de IRA. De toon van de opschriften is vaak hard en beide kampen lijken er alles aan te doen om de herinnering aan de strijd – en het eigen gelijk – levend te houden. 

Aan katholieke kant wapperen her en der Ierse vlaggen, aan de protestantse zijde hangt soms huis aan huis de Union Jack en de vlag van Ulster. Hoopgevend is misschien dat je tegelijkertijd aan beide zijden schilderingen ziet die pleiten voor respect en verdraagzaamheid. Al met al zijn we met deze intrigerende wandeling bijna een halve dag zoet. 

Kathedraal en stadhuis

Tussen deze twee intensieve tochten door hebben we nog tijd om de St. Anna kathedraal te bekijken en mee te doen aan een rondleiding door het imposante stadhuis. 


Stadhuis

St. Anna kathedraal

Pubs

En natuurlijk vergeten we de pubs niet. De onder bescherming van de National Trust staande pub The Crown met zijn antieke interieur zit mudvol. Hier laten we het bij kijken. Bij de ook heel authentieke Duke of York in Commercial Court kunnen we wel terecht.


Pub the Crown


Pub The Duke of York, vol met spiegels

The Duke of York 
Overnacht: Aan de Oostkant van de stad ligt Camping Dundonald, Old Dundonald Road 111 in Belfast. GPS:N 54.58901,  W 5.81727  De camping hoort bij de Icebowl; daar moeten we ons ook melden. Het is een eenvoudige camping met heel ruime plekken. De bus brengt ons in ca. 40 minuten naar hartje stad. Tip: Neem een dagkaart, dat is goedkoper dan twee enkeltjes. 
Weer: Beide dagen de meeste tijd bewolkt. Wel de hele dag droog maar fris.

Onze camperreis gaat na Belfast verder met de Coastroute en de Giants Causeway 

Causeway Coastal Route met de camper


Van Belfast rijden we terug naar Larne om vanaf daar met de camper de Causeway Coastal Route te volgen. Deze goed berijdbare route volgt voor het grootste gedeelte de A2 en loopt pal langs de kust. En ook op plekken waar de weg even het binnenland in buigt is de zee nooit ver weg. 


Dag 5 en 6       13 en 14 augustus 


Causeway Coastal Route










Het wordt een onvergetelijke tocht langs een van de mooiste kustroutes die we ooit hebben gereden. Rechts van ons steeds de grijze zee met in de verte de nevelige contouren van stukken Schotse kust. Na bijna iedere bocht weer een nieuwe baai met soms een geel zandstrand en soms grijze rotsblokken en uit zee oprijzende groene kliffen. Links van ons groene heggen, groene weiden of groene hellingen met grazende schapen. De weg voert door kleine plaatsjes met veelal witte of crème huizen, van waaruit de bewoners een weids uitzicht op zee hebben. Kortom, het is een route die noodt tot vaak stoppen om foto’s te maken of een keer koffie te drinken. 


Touwbrug 

Vlak voor Ballintoy houden we een uitgebreide stop om naar de Cannick-a-Rede touwbrug te wandelen. Deze smalle, wiebelende brug overspant zo’n dertig meter boven zee een smalle kloof tussen twee rotsen en werd vroeger vooral gebruikt door vissers. Tegenwoordig staat de brug onder bescherming van de National Trust en heb je een kaartje van bijna 6 pond nodig om er overheen te mogen wandelen. De animo is groot, want er staat een zeer lange rij voor het kaartverkoophokje. 

Tip:  Als je slechts naar de brug wilt lopen om er foto’s te maken en niet van plan bent om er daadwerkelijk overheen te lopen, heb je geen kaartje nodig en kun je langs de rij lopen. Dat deden wij. 


Toegegeven: eenmaal dichterbij gewandeld ziet het er minder eng uit dan we tevoren vreesden. Desalniettemin hebben we het bij foto’s gelaten. 


Giants Causeway

Slechts een paar kilometer verderop, kort voor Bushmills, ligt de grootste attractie van de Coastal road: de Giants Causeway. Deze natuurlijke trappen bij de zee  bestaan uit een verzameling vijf- of zeskantige basaltblokken. Ze zouden volgens geologen zijn ontstaan door een vulkaanuitbarsting van miljoenen jaren geleden, waarna de basaltrotsen in deze blokken samensmolten. Met elkaar vormen ze heuveltjes van trapvormige stenen of rijzen ze op elkaar gestapeld wel 12 meter op. 







Volgens de volksverhalen is de Causeway het werk van de reus Finn en zou dit het begin zijn van een weg van Ierland naar Schotland. 

Hoe dan ook zijn de gestapelde blokken met elkaar een bijzonder gezicht. Het geheel staat onder bescherming van de National Trust en die heeft voor een indrukwekkend bezoekerscentrum gezorgd met heel veel informatie. Er hangt wel een prijskaartje van 9 pond per persoon aan!. Desalniettemin is het ook hier in deze vakantietijd erg druk en beklimmen families en groepen toeristen dit natuurfenomeen. We zijn hier al laat in de middag, waardoor we helaas geen tijd meer hebben om in het gebied een langere en hogere wandeling te maken. 

Een gratis plek voor de nacht vinden we samen met zo’n tien campers op het mix-parkeerterrein (met pendelbus naar Giants Causeway) in Bushmill. www.campercontact.com/nl/no. 49830   GPS: N 55.20721,  W 6.52288 


Muziek in de pub

Vlakbij het terrein staat de Bushmill Inn en daar is deze zaterdagavond levende muziek. Als in een soort huiskamer bespelen vijf lokale 60-plussers en een wat jongere dame met elkaar vele verschillende instrumenten en klinken er Ierse liederen. Soms wordt er meegezongen en even laat een jonge pubbezoekster een traditionele dans zien. Een leuke ervaring, waar we in de volle pub zeer van genieten. 


Vervolg Coastal Route naar Republiek Ierland

De volgende zondagmorgen ( Dag 6) vervolgen we laat de coastal route langs de ruïne van Dunluce Castle en typische Britse badplaatsjes als Portrush en Portstewart.


Dunluce Castle


 De route voert verder door en groen landschap richting Londonderry (Derry voor de Ieren). Onzichtbaar steken we hier de grens over naar de Republiek Ierland en rijden richting Letterkenny. Ons doel is Glenveagh National Park. Campings en camperplaatsen komen in deze omgeving echter niet voor (althans niet op onze lijsten). We rijden daarom noodgedwongen verder de N56 af richting kust. We vinden uiteindelijk een camping in Downies. Hier kunnen we ook de Wild Atlantic Way oppikken, richting het zuiden. 


Overnacht:
Gereden: Deze twee dagen samen 283 kilometer Weer: Half bewolkt, zo nu en dan zon, vrijwel droog. Wel fris, vestjesweer.

Donegal en Sligo

Donegal 

“Fourty shades of green”, veertig tinten groen, zong Johnnie Cash, geïnspireerd door zijn bezoeken aan Ierland. We kunnen zijn impressies beamen, als we – onder een stralende zon – twee dagen dwars door een flink deel van county Donegal rijden. De tinten groen van grasland, weiden, bosschages, heggen en berghellingen zijn niet te tellen. 

Dag 7, 8, 9        15, 16, 17 augustus

Ons streven is om zoveel mogelijk de Wild Atlantic Way te rijden. Op zich is dat niet moeilijk, want de route voert over gewone, bestaande wegen, volgt waar mogelijk de kustlijnen en wordt steeds aangegeven met een blauw bordje met een wit golfje. Bordjes volgen en soms spoorzoeken dus door een landschap van weiden en met gras begroeide duinen. 

N.B. In 2017 waren we ook in Donegal en reden we het eerste deel van de Wild Atlantic Way. 


National park Glenveagh

Zo nu en dan wijken we echter ook af van de route, in Donegal omdat we ook het National Park Glenveagh willen zien en dat ligt niet aan zee. Hier ziet het landschap er echt anders uit. De kalige bergwanden doen denken aan Schotland, een beeld dat nog versterkt wordt door de rij van lochs in het park. 



Glenveigh Castle

Uitzicht vanuit Glenveigh Castle

Glenveigh Castle ligt prachtig aan een meer


Het geheel is een natuurgebied, waar je verder niet met de auto in mag; parkeren kan bij het bezoekerscentrum. Een shuttlebus brengt ons verder naar Glenveagh Castle, prachtig gelegen aan de rand van het loch en met zicht op de bergen. 


Kasteel

Het kasteel – dat rond 1870 als huis voor de jacht is gebouwd – werd door de drie achtereenvolgende eigenaren als zomerverblijf gebruikt. De ontstaansgeschiedenis is ronduit droevig: de eerste eigenaar verjoeg zijn pachters en hun gezinnen, bij elkaar rond 270 mensen, van het door hem aangekochte land om het als jachtgebied te kunnen gebruiken. Een paar jaar later is het kasteel gebouwd, toen nog vreemd afstekend in het verder ongerepte landschap. . 
Zijn weduwe en de laatste eigenaar hebben rond het kasteel meer dan 10 hectaren aan tuinen laten aanleggen. Het kasteel zelf kunnen we alleen bezoeken met een rondleiding maar de gronden rondom het kasteel zijn vrij toegankelijk en bieden verschillende wandelingen. Al met al kun je er gemakkelijk een hele of halve dag zoet brengen. 

Wij rijden na enige uren door en zoeken, rijdend langs de rand van het National Park, de WAW weer op. 




We zijn overigens blij met onze Collins-atlas van Ierland. Hierin kunnen we de route goed volgen. Bovendien geeft de atlas de plaatsnamen naast het Gaelic ook in het Engels weer. Langs de weg staan op sommige kleine richtingaanwijzers alleen de plaatsnamen in het – voor ons onleesbare – Gaelic. 


Overnacht: Een betoverend plekje voor de avond en nacht vinden we op een doodlopend weggetje bij Mullaghdoe Beach. Campercontact 28850

GPS: N 55.03708,  W 8.36932 Je loopt er via een trap zo een strandje op We maken er nog een korte wandeling, dwars door het veld, naar een monumentje ter nagedachtenis van een mijnramp. Weer: zonnig en droog.Gereden: 90 kilometer 


Dag 8

Donegal-tweed in Ardara

De volgende dag rijden we verder via de WAW en stoppen we in Ardara, het centrum van de tweedweverij. In de Triona-weverij kunnen we – samen met een bus vol Amerikaanse toeristen – een kleine demonstratie bijwonen van het weven en verwerken van de Donegal-tweed. Leuk om te zien maar het gaat de weverij natuurlijk vooral om het verkopen van jassen, sjaals en truien. 




Dunbevolkt

Donegal geldt met zijn 160.000 inwoners als een ruige en dunbevolkte county. Toch zien we langs onze route regelmatig bebouwing van kleine dorpjes of los staande huizen. Ons valt daarbij op dat vrijwel alle huizen vrijstaand zijn, geen Ier hier, die in een rijtjeshuis woont. Rond alle huizen zien we ook een flinke lap grond. Het geheel maakt op ons een welvarende indruk. 


Kliffen van Slieve League

Hoogtepunt van de dag is het bezoek aan de hoge kliffen van Slieve League. Deze kliffen rijzen zo’n 600 meter vrijwel loodrecht uit zee op en zijn wel twee keer zo hoog als de beroemde kliffen van Moher. 
De kliffen staan goed aangegeven met bruine borden. Op een gegeven moment vanaf de R263 de borden Burglass Point volgen. Vanaf de parkeerplaats is het over een op- en neergaande weg nog zo’n 20 minuten lopen naar het uitzichtpunt op de kliffen. Het is een prachtig en imposant gezicht. 


Anne van Dit is Ierland heeft een leuk artikel over deze kliffen geschreven. 




Kliffen van Slieve League



In de omgeving ligt het dorpje Glencolumbkille. Hier is een Folk Village Museum met  cottages uit de periode 1700 tot 1900 te bekijken. We realiseren ons dat echter te laat, Terug rijden zien we niet zitten, zodat we uiteindelijk dit openluchtmuseum hebben gemist.  
In 2017 hebben we dit goed gemaakt en zijn we tijdens die tocht door Donegal wel in Glencolumbkille en het aardige museum geweest. 


Reel Inn in Donegal-town

We rijden van de kliffen terug naar Killybeg en door naar Donegal Town, een plaatsje met een aardig centrum, met restaurantjes, pubs en winkeltjes. Gezellig om doorheen te lopen.

We beleven ook in Donegal een muzikale avond in de pub, The Reel Inn in Bridgestreet. Er is hier iedere avond muziek en dat trekt een mix van toeristen en lokaal publiek. Deze avond spelen er 2 50-plussers. Ook treden er drie zusjes op, die Ierse dansen uitvoeren en zo als jongeren een Ierse traditie in ere houden. Dat Ieren van jong tot oud kunnen zingen bewijzen de jonge barkeeper, die een paar nummer zingt maar bovenal een 96-jarige man uit Belfast. Deze kan niet alleen samen met zijn ook bejaarde vrouw alle nummers woordelijk meezingen maar zingt ook met vaste en heldere stem twee songs solo. Een emotionele gebeurtenis, die hem applaus van de pubbezoekers oplevert. Kortom, ook weer een bijzondere avond.








Overnacht: Quai Street Car Park, Campercontact 26230. Op 500 meter van centrum.  GPS: N 54.65110,  W 8.11440 
 Weer: prachtig zonnig en warm weer.


Sligo

Dag 9

We worden na een nacht slapen met regen wakker. Het weer is volledig omgeslagen. Via Ballyshannon rijden we naar Sligo, de stad waar de dichter Yeats woonde en werkte. Hij ligt begraven in Drumcliff, 6 kilometer voor Sligo, vlakbij een vreemd gevormde tafelberg.





Carrownor Megalithische Begraafplaats

De stad Sligo zelf slaan we over. Wel stoppen we een stukje ten zuiden van deze plaats bij de Carrownor Megalithische Begraafplaats, een verzameling van 5500 jaar oude grafcirkels en hunebedden. 





Overnacht: We rijden door richting Ballina en vinden alweer zo’n mooi plekje voor de nacht, aan een klein haventje in Crossmolina.  Campercontact no 46213   GPS: N 54.09339,  W 9.29920   Gereden deze twee dagen: 286 kilometer Weer: Zwaar bewolkt, veel regen, 16 graden.