> Slakken op reis

Camperverhalen

Tijdens onze camperreizen hebben we net als slakken onderweg ons huis bij ons.  Zo trekken we in rustige slakkengang door Europa en Amerika. 

Van al onze reizen, die we zo de afgelopen jaren maakten, hebben we onderweg in een blog de camperverhalen vastgelegd.  Eenmaal weer thuis hebben we die reisverslagen van camperreizen naar onder meer Schotland, Ierland, Spanje, Portugal, Noorwegen, West-Balkan en Tsjechië in deze site ondergebracht. 

Onder de tabs hierboven zijn alle reizen door Europa en Amerika terug te vinden. Het groene uitklapmenu rechts helpt om onderdelen van de reizen te zoeken. 
Hieronder volgt iedere paar dagen het verslag van onze huidige reis met de camper door Engeland en Ierland. 

Wilt u iets vragen of opmerken? U kunt ons altijd mailen en een berichtje in ons gastenboek vinden wij ook leuk.

Met de camper in Noord-Ierland

Dag 21, 22, 23                             20, 21, 22 juni 


 “Keep the sunnyside of Life”. Dat zingen en spelen de muzikanten in de pub van het Bushmill Hotel in Bushmills en wij zingen het volmondig mee. We kennen deze lokale muzikanten, want vorig jaar hoorden en zagen wij hen ook in deze pub spelen. Dat ze er nu op deze dinsdagavond ook zijn, is een gelukkig toeval, want eigenlijk spelen ze – vijf oudere mannen en één vrouw – alleen op zaterdagavond hier. Het maakt onze dag langs de Causeway Coast compleet. 


Deze eerste dag met de camper in Noord-Ierland voert ons vanaf onze overnachtingsplaats in Glenarm net als vorig jaar langs de Antrium Kust, een prachtige weg, vlak langs zee. 




Cushendun

We stoppen deze keer in Cushendun, een plaatsje, dat onder bescherming staat van de National Trust en enkele karakteristieke Ierse cottages telt. Daar zien we niet eens zo veel bijzonders aan maar het ligt in ieder geval heel schilderachtig aan een baai! 





Touwbrug

Waar we vorig jaar in de miezerregen de oversteek over de Carrick-a-Rede touwbrug aan ons voorbij hebben laten gaan, lopen we nu toch over de maar een beetje wiebelende brug naar het rotseilandje. 




Al meer dan 350 jaar hebben vissers een touwbrug gespannen tussen het vaste land en het eilandje om zo de beste mogelijkheden te hebben om trekkende zalmen te vangen. De brug ligt 30 meter boven zee en is inmiddels natuurlijk goed beveiligd. Vanaf het eilandje heb je een prachtig zicht op zee, op Rathlin Eiland en in de verte op Schotland. We genieten ervan. 


Giant's Causeway

Nu het zulk mooi weer is doen we ook ons bezoek aan Giant’s Causeway nog eens dunnetjes over. Eerlijkheidshalve helpt het ook wel, dat we dit jaar lid zijn van de National Trust en daardoor gratis toegang hebben. 





Het informatiecentrum alleen is al een bezoek waard maar het gaat natuurlijk om de hoekige basalten blokken – sommige meters hoog – die hier miljoenen jaren geleden door de natuur zijn gevormd. Het gebied is UNESCO Wereld Erfgoed en heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Zo vertellen oude Ierse mythes dat het gebied is ontstaan door toedoen van een machtige reus, Finn Mc Cool genaamd. Ook hier lopen we met plezier een tijdje rond.
Overnacht: Gratis op de Park en Ride in Bushmills. Campercontact no. Er zijn openbare toiletten maar verder geen voorzieningen. De bar van het Bushmill Hotel ligt aan de overkant van de straat.. 

De volgende dag rijden we verder langs de Coastal Causeway. De ruïne van het Dunluce Castle slaan we nu over. 

Wel stoppen we en stuk verder bij Castlerock. Daar zijn twee bezienswaardigheden van de National Trust. 


Hazlett House, Downhill Demesne en Mussenden Temple

Bij het eerste, Hezlett House, zijn we vrij snel klaar. Natuurlijk is het leuk om te weten, dat dit cottage, annex boerderij meer dan 300 jaar door dezelfde familie is bewoond. En we hebben ons weer verbaasd over de kleine ruimtes, waarin een heel gezin woonde, inclusief bedienden.


Maar dat het gebouw onder bescherming staat van de National Trust om de bijzondere bouwwijze, waarbij het dak niet op de muren steunt maar op doorlopende balken, lijkt vooral voer voor architecten. 


Downhill Demesne

Nauwelijks een kilometer verderop staat aan de Mussenden Road de ruïne van Downhill Demesne, eens het zeer royale onderkomen van een zekere Frederick Harvey, die eind 18e eeuw niet alleen graaf van Bristol was maar ook bisschop van Derry. Hij stond bekend als excentriek en hield van huizen bouwen. Op een prachtige plek vlak aan zee liet bij een groot landhuis met diverse bijgebouwen bouwen. 

Het huis werd in de Tweede Wereldoorlog nog gebruikt door de RAF en daarna verlaten. Inmiddels is het niet meer dan een ruïne. De National Trust heeft voor mooie graspaden gezorgd en daarlangs maken we een leuke wandeling over het uitgestrekte voormalige landgoed. 

Mussenden Temple

Het meest in het oog springend is de zogenoemde Mussenden Temple, ooit gebouwd als zomerbibliotheek voor de Graaf/Bisschop.



Het schijnt dat je er vroeger met paard-en-wagen omheen kon rijden. De elementen hebben echter in de loop der jaren zoveel grond weggeslagen, dat het nu echt o het randje van de klif zeer fotogeniek staat te wezen. Al met al brengen we hier gemakkelijk een paar uur zoet. 

Daarna is het niet ver meer naar Derry (Londonderry). We houden een vroege stop op de camping daar vlakbij om de was te doen. 
Overnacht: Elaghvale Camping Park, 49 Upper Galliagh Rd, Derry BT48 8LW. Mooi uitzicht, verharde plaatsen met klein stukje gras. Net toiletgebouw. Er is een wasmachine.


Derry 

Noem de stad Londonderry in Noord-Ierland voor Ieren niet zo; voor hen heet de stad vanzelfsprekend Derry.  We rijden er vanaf de camping Elaghvale Camping Park in korte tijd naar toe. 

Derry ligt nog net in Noord-Ierland. Grappig genoeg loopt de grens tussen Noord-Ierland en Ierland gedeeltelijk vlak langs de camping. De heg is de grens, zo wijst de campingeigenaar ons aan. 
De heg bij de camping is de grens tussen Ulster (Noord-Ierland) en de Republiek Ierland

Parkeren is in de stad met een camper een lastige zaak. De parkeerplaatsen langs de oever van de Foyle hebben allemaal een hoogtebarrier. Op aanraden van mede-camperaars parkeren we bij de supermarkt Sainsbury’s. Daar mag je officieel twee uur staan maar wij staan er zonder commentaar ongeveer drie uur. Hiervandaan lopen we in twintig minuten naar de stad. 
Een andere mede-camperaar adviseerde de parkeerplaats bovenaan Browning Drive, op de andere oever. Je loopt dan over de Peace Bridge zo de stad in. Overdag bleek deze parking vol. De mede-camperaar had er wel rustig overnacht.  

Derry is de enige Ierse stad met nog een intacte stadsmuur.





Bij verschillende poorten kun je op die muur komen en we lopen hem een eindje af. 

Vanaf de muur heb je ook het mooiste zicht op de Guildhall, het stadhuis. Dit gebouw is openbaar toegankelijk en we zien er een kleine tentoonstelling over hoe Engeland al in de 17e eeuw een soort Engelse nederzettingen stichtte in Ierland. Het helpt wel om de complexe geschiedenis van dit land en de strijd tussen protestantse Engelsen en katholieke Ieren te leren begrijpen. 


Muurschilderingen

Net als Belfast kent ook Derry muurschilderingen.  We vinden de indrukwekkende schilderingen in  Rossville Street. Ze verhalen van de ‘Troubles’ van eind vorige eeuw. De vrede is al zo’n 20 jaar getekend maar recente opschriften maken wel duidelijk, dat de Engelsen in deze pro-Ierse wijk niet geliefd zijn. We zijn er stil van. Van de stad Derry zijn we niet zo onder de indruk maar deze muurschilderingen vinden we niet alleen indrukwekkend maar geven weer wat meer begrip voor de diepgewortelde verschilllen tussen de Engels-gezinde en Iers-gezinde mensen in deze stad.  
17 (veelal jonge) mensen zijn omgekomen tijdens Bloody Sunday





Dit bezoek aan Derry betekent meteen ons laatste verblijf in Noord-Ierland. Hiervandaan gaan we naar het meest noordelijke punt van Ierland: Malin Head en dat ligt op het schiereiland Inishowen in de Republiek Ierland. De grens is overigens (nog) niet gemarkeerd. We rijden zo met de camper de Republiek binnen en kunnen dan weer met Euro’s betalen.

Met de camper door het Lakes District

Ons derde National Park (na de North York Moors en de Yorkshire Dales) is het Lakes District in het graafschap Cumbria . We rijden er vanaf Kendal met de camper zo in. Hoewel het Lakes District in de winter zeker ruig is, ziet het er onder de zomerzon lieflijker uit dan de Dales. Er zijn veel meer bomen, de bergen lijken er groener en spiegelen zich in het water van de meren. Het gebied is ook het meest populaire National Park van Engeland. 


Dag 17, 18, 19,          16, 17, 18 juni  

Het Lakes District lijkt met de fraaie, vaak witte cottages ook welvarender dan de Dales. De vele toeristen zullen daar zeker een handje bij helpen. 





Het gebied is al eeuwenlang inspiratiebron voor schrijvers en kunstenaars. We komen verwijzingen tegen naar William Wordsworth, een Engelse romantisch dichter uit de eerste helft van de 19e eeuw, die in het merengebied is opgegroeid. In Ambleside is nog zijn woonhuis te bekijken. In Windermere en Ambleside waren we in 2012 echter ook al en slaan we nu over. 


Beatrix Potter

Wij richten ons deze keer op het huis van de recentere schrijfster en tekenares Beatrix Potter, bekend van haar tekeningen en kinderverhalen over onder meer Peter Rabbit. We rijden daarvoor door naar Hawkshead, waar het museum van Beatrix Potter van de National Trust staat. De tentoonstellingen wisselen; tijdens ons bezoek zijn er originele tekeningen en aquarellen en brieven van Beatrix Potter te zien. We leren er dat ze als kind al planten en dieren tekende tijdens vakanties in het Lakes District. Onzakelijk was ze zeker ook niet. Met het geld dat ze met haar boekjes verdiende kocht ze niet alleen haar huis Hill Top maar ook diverse boerderijen in de omgeving. 





Het dorpje staat verder grotendeels in het teken van haar werk. Niet alleen zijn alle boekjes te koop maar ook blikken, poppen, theedoeken, serviesgoed enzovoort. Haar cottage Hill Top in het een paar mijl verderop gelegen Sawrey is wat dat betreft ingetogener. 


Cottage Hill Top van Beatrix Potter

Interieur Cottage Hill Top

Haar meubels staan er nog en je kunt je voorstellen, hoe ze bij de haard gezeten, haar rijmpjes bedacht. Details van het huis en van meubilair komen ook terug in haar tekeningen. 



Beatrix Potter was een fervent tuinierster. Haar huis heeft zij bij haar dood nagelaten aan de National Trust. Die zorgt ervoor dat alles in goede conditie blijft en wordt onderhouden. De tuin bij haar cottage ziet er dan ook uit, zoals in je gedachten er een Engelse tuin bij een cottage uit hoort te zien: vol bloeiende bloemen. 


Taart, zoals taart bedoeld is. In Engelse ogen dan.

Engelser dan thee met taart kun je ook nauwelijks bedenken. Tearooms zijn we dan ook al overal tegen gekomen. Maar de enorme taarten, die we in een tearoom in Hawkshead spotten, slaan op dit gebied alles! 


Coniston

Later komen we terecht in Coniston aan Coninston Water. Vanaf de camping wandelen we in een goed half uur naar dit leuke dorpje. 



Ook hier zijn weer volop wandelmogelijkheden maar we houden het bij een vaartochtje over het meer, weliswaar niet met het klassieke stoomscheepje van de National Trust dat hier vaart. 


Brantwood House

Het uitzicht blijft vanaf een gewoner bootje echter even prachtig en ook dat zet ons af bij Brantwood House, het op de oever gelegen huis van John Ruskin, dichter, schrijver, aquarellist maar bovenal de belangrijkste kunstcriticus in de Victoriaanse tijd. 



Uitzicht vanuit Brantwood House

Eetkamer Brantwood House

Uitzicht vanuit de tuin Brantwood House
Het is echt een ‘house with a view’ en kijkt uit op het meer en de bergen er rond heen. In het bijbehorende cottage vallen we nog in de opening van een schilderijententoonstelling van een regionale kunstenares. 


Keswick

Zondag rijden we na een rustige start naar het wat noordelijker gelegen Keswick aan Derwent Water. Dit blijkt een nog net zo populaire en dus ook drukke plaats als in 2012, toen we hier ook waren.
Keswick, centrum







We wandelen er door het stadje met een overvloed aan kampeer-, wandel- en buitensportwinkels en lopen een stuk langs het fotogenieke Derwent Water. 


Overnachten 

Overnachten in het populaire Lakes District is geen sinecure en reserveren lijkt bijna een must. Net als in 2012 bij Windermere, blijken nu ook de campings bij Hawkshead en later die bij Keswick allemaal vol. 

Na vergeefs diverse campings afgereden te zijn, komen we uiteindelijk terecht in Coniston op de Coniston Park Copppice Caravan and Motorhome Club Site. Niet-leden van de club betalen per nacht een toeslag van 12 pond maar gelukkig geldt dat niet voor houders van een Camping Key Card van de ANWB. Het is een camping met zeer ruime plaatsen in een heel bosrijk terrein. We kregen er een zeer vriendelijke ontvangst! 

Bij Keswick zijn twee campings van de andere kampeerclub, ‘onze’ Camping and Caravnning Club. Helaas waren deze beide vol en voorzien van bordjes, dat je er alleen met boeking terecht kunt. 
Parkeren is in het drukke Keswick op deze zondag rond het middaguur ook niet mogelijk. We vinden uiteindelijk een (gratis) plekje op een parkeerstrook, net buiten het dorp, op de A66 richting Cockermouth.  Aan het einde van de middag is er een plekje op de parkeerplaats van Rawnsley Hall, vlak bij het centrum. (N.54.60214 W 3.18761). Parkeren van 19.00 uur tot 7.00 uur kost slechts een pond en er staat nergens dat je er niet mag overnachten . . . .. De pubs zijn vlakbij.
Al met al hebben we een beetje dubbele gevoelens bij het Lakes District. Dat het er prachtig is staat buiten kijf. En dat de rust en schoonheid van het gebied mensen aantrekt is ook begrijpelijk. We vinden het er echter wel érg druk. Een deel van de wegen is er bovendien zo smal, dat we met de rechterwielen steeds over de reflectoren in het midden van de weg moeten rijden. De vele bochten en  tegenliggers maken het rijden er ook niet leuker op. Maar de wandelmogelijkheden zijn grandioos. .   


Dag 20         19 juni 

Dit bezoek met de camper aan het Lakes District markeert ook het einde van onze rondrit door Noord-Engeland. De volgende dag rijden we op ons gemak naar Cairnryan in Schotland en steken aan het einde van de middag over naar Larne in Ierland. In Ierland vinden we de eerste nacht een plekje op een gratis camperplaats bij de jachthaven van Glenarm. Campercontact no. 23948.


Met de camper door de Yorkshire Dales

Dag 14, 15, 16 13, 14 en 15 juni 


Drie dagen zwerven we met de camper door het National Park The Yorkshire Dales. Na de watervallen van Aysgarth verkennen we vanaf Beckden in slakkengang de Dales, zoals ze kortweg vaak worden genoemd, Slechts een paar wegen doorsnijden die maar nauwelijks getemde, wilde natuurgebied. Dit is vooral het land van wandelaars, zo zien we wel.

Abdijen, een wit paard en een zwart schaap

Het zeggen is dat je vanaf Sutton Bank het mooiste uitzicht van Noord-Engeland hebt. Dat willen we op deze tocht door Yorkshire met de camper natuurlijk niet missen. Van Helmsley is het niet ver rijden, waarbij we ook nog de ruïnes van Rievaulx Abbey aan doen. Dit worden de dagen van de verwoeste abdijen en die van de gerealiseerde dromen van lokale mannen. 

York en Castle Howard


Dag 9 en 10      


York 

Een bezoek aan Yorkshire kan natuurlijk niet zonder daarbij de stad York aan te doen. We zijn er vaker geweest en het is een stad waar je gemakkelijk enige dagen kunt doorbrengen. Blikvanger van deze plaats met zijn middeleeuwse centrum is de monumentale York Minster. 

Met de camper over de Yorkshire Moors

We zwerven enige dagen door het National Park de North York Moors, dat grofweg ligt tussen Middlesborough, Whitby, Scarborough en Thirsk. We zijn er in het verleden diverse malen geweest en tijdens deze trip down to memory lane, gaan we het gebied kris-kras door. 

Naar de muur van Hadrianus

Er is weinig nieuws onder de zon. Heersers houden van muren om hun rijk tegen ongewenste indringers te beschermen. Zo beval de Romeinse keizer Hadrianus zo’n 1900 jaar geleden de bouw van een muur om het Noorden van zijn rijk in Brittannië te beschermen tegen invallen van barbaren. Restanten van die muur, die dwars door het land van Carlisle naar Newcastle liep, bestaan nog en die gaan we bekijken.